Dit nieuwsbericht is niet actueel.
150 jaar geleden zag de situatie er enigszins anders uit. Toen gold nog het cijnskiesrecht waardoor enkel de gegoede Belgische mannen mochten stemmen. Jaarlijks werd een lijst samengesteld van kiesgerechtigden.
In 1852 mochten volgend aantal inwoners van Oostende stemmen:
| Kamer en Senaat | 496 | 3,22 |
| Provincie | 514 | 3,33 |
| Gemeenteraad | 548 | 3,55 |
Op een bevolkingsaantal van 15.415 inwoners betekent dat dus dat slecht 3,55 % van de inwoners van Oostende mocht stemmen.
We beschikken over een lijst uit 1852 waarin de beroepen van de kiesgerechtigden voor de Kamers zijn opgesomd:
ambachtslieden
| 93 |
ambtenaren en bedienden | 41 |
apothekers | 7 |
architecten | 1 |
artsen en chirurgen | 7 |
bakkers | 25 |
bedienaars van de eredienst | 5 |
brouwers | 6 |
edelsmeden | 3 |
eigenaars | 53 |
gepensioneerde ambtenaren | 4 |
griffiers | 2 |
groothandelaars | 29 |
handelaars en kleinhandelaars | 90 |
herbergiers | 16 |
industriƫlen | 49 |
kroeghouders | 43 |
kunstenaars | 1 |
leerkrachten | 4 |
makelaars | 2 |
notarissen | 3 |
ondernemers | 3 |
rechters en raadgevers | 1 |
renteniers | 2 |
slagers | 6 |