Sint-Pieterstoren (Peperbusse)

Adres: Leandre Vilainplein

De Sint-Pieterskerk dateert van 1438, de toren van 1478. Tegen de noordgevel richtte de Confrerie van de Berg van Barmhartigheid in 1766 een calvarie met vagevuur op. De bijnaam ‘Peperbusse’ dankt de toren aan zijn achthoekige vorm, die dateert van 1729. De kerk brandde in 1896 af.

Bron: Jean-Marie THEUNINCK & Claudia VERMAUT. Oostende, stad in zicht. Beelden en verhalen uit een stad aan zee. Oostende (Stadsbestuur), 2001.

Beschermd monument:


Uit de inventaris van het bouwkundig erfgoed


* Sint-Petrus en -Paulusplein z.nr. Sint-Pieterstoren. Beschermd als monument bij R.B. van 5/11/1946.

Resterende vierkante westtoren, z.g. de "Peperbusse", van de in 1896 door brand vernielde oude Sint-Petrus- en -Pauluskerk, een gotische hallenkerk, met opmerkelijke vagevuur- en calvariegroep aan noordgevel. Gelegen aan westzijde van het plein en de huidige *Sint-Petrus- en Pauluskerk, ten oosten van de Sint-Pietersstraat en ten noorden van het Léandre Vilainplein. De toren, meer bepaald de onderbouw, kan beschouwd worden als het oudste gebouw van de stad en als enige getuige van de tijd van vóór het Beleg van Oostende in 1601-1604.

Historiek.

1334: overstroming van o.m. gronden rond oude Sint-Pieterskerk (11de eeuw).

1335: verzoek en toelating voor bouwen van nieuwe kerk in oude stad Oostende-ter-Streep, overstroomd in de 15de eeuw en in zee verdwenen in de eerste helft van de 16de eeuw.

1438: bouwen van tweede Sint-Pieterskerk op huidige site; éénbeukige kerk met vierkante westtoren.

1478: eerste steenlegging van de huidige kerktoren op initiatief van pastoor J. Lammaert.

16de eeuw: omvorming tot kruiskerk met vroegere westtoren als kruisingstoren; aanleg van omliggend kerkhof.

1601-1604: zware verwoesting tijdens het Beleg van Oostende.

1615: kerk opnieuw hersteld.

1619: stoffering met o.m. koorgestoelte en preekstoel.

1640: uitbreiding tot driebeukige hallenkerk met vierkante westtoren, drie koren en doopkapel.

1675:  bouwen van barokportaal, overhoeks geplaatst in de eerste travee van de noordgevel van de kerk.

1706: zware beschadiging na Engels bombardement tijdens de Spaanse Successieoorlog (1702-1713).

1712 : uitbranden van kerk en toren bij herstellingswerken aan dakgoten; vier muren en onderbouw van de toren
als enig overblijfsel.

1717: herbouwen van het schip.

1729: herstelling van de toren; op vierkante onderbouw wordt achthoekige toren opgetrokken in opdracht van ridder Emmanuel de Salores, hoofd van de keizerlijke troepen in de stad gekazerneerd. 1732: beschadiging bliksemafleider op kerktoren door onweer.

1744: herstellingswerken aan steunberen van toren.

1745: grote schade tijdens beleg van de Fransen (1745-1749).

1764-1766: aanbrengen van calvarie- en vagevuurgroep tegen de noordgevel, gift van de Confrerie van de Berg van Barmhartigheid.

1795: omliggend kerkhof wordt verplaatst buiten de stad (decreet van Jozef II over de afschaffing van begraafplaatsen rond de kerken binnen de steden).

1855-1859: oprichten van praalgraf voor koningin Louise-Marie in crypte.

1896: brand bij herstellingswerken; alleen kerkmuren, toren, barokportaal, vagevuur- en calvariegroep en praalgraf van koningin Louise-Marie blijven over.

1897: plaatsbezoek van KCM onder leiding van J. Bethune (Kortrijk) en architect Louis Delasencerie (Brugge); besluit tot voorlopig behoud van de toren.

1912: beslissing van de gemeenteraad tot definitief behoud mits gebruik van de toren als belfort.

1925: restauratie onder leiding van architect Jozef Viérin (Brugge); ontmanteling van barokportaal en heropbouw in zuidgevel.

1932: plaatsen van torenhaan.

Jaren 1950: elektrisch uurwerkmechanisme in plaats van mechanisch; onderbrengen van hoogspanningscabine op begane grond; herstellingswerken onder leiding van H. De Wispelaere (Loppem).

1986: stormschade o.m. aan torenkruis en windhaan.

1987-1989: restauratie o.m. aan buitenmuren, galmgaten, vloeren, dakkapellen, torenhaan en ijzeren hek.

1991: inrichting museum op begane grond en eerste verdieping.

1993: aanpassingswerken aan open tussenverdieping aan oostzijde; aanmaak terras op platform.

Vanaf 1998 restauratie van muurschildering achter calvariegroep door B. Verbeke; restauratie van de beelden van de calvarie- en vagevuurgroep onder leiding van kunstatelier G. Thienpont (Eke).

Beschrijving.

Plattegrond. Vierzijdige onderbouw in gotische stijl met versneden, op elkaar gestelde steunberen; achtzijdige bovenbouw in classicerende barokstijl met twee ongelijke geledingen onder piramidale spits (leien) met kleine dakkapellen en windvaan.

Bouwmaterialen. Bepleisterde sokkel in imitatie natuursteen; gebruik van Balegemse steen voor spitsboogpartij in oostgevel, in het laatste kwart van de 20ste eeuw deels met glas en baksteen toegewerkt. Arduinen barokportaal, ornamenten, kroon- en druiplijsten. Parementen uit rode baksteenbouw met gebruik van gele baksteen voor o.m. overhoekse pilasters, panelen en schijven. Smeedijzeren doken en muurankers.

Exterieur.

Gotische onderbouw: zuidgevel met barokportaal tussen Ionische pilasters onder gebroken fronton; beeldnis onder gebogen geprofileerde lijst met gestrekte uiteinden op voluten waarin oorspronkelijk beeld van H. Petrus (ca. 1761), in het derde kwart van de 20ste eeuw weggenomen. Geheel gevat in geblokte omlijsting onder rondbogig fronton op voluten waarboven granaatappelkroning. Ten oosten ervan gedenksteen met wapenschild van Oostende en inscriptie met betrekking tot eerste steenlegging en korte geschiedenis van de toren.

Aan noordgevel tussen steunberen grote vagevuur- en calvariegroep onder leien zadeldak met kroonlijst op klossen en houten opengeslagen imitatiegordijnen. Calvarie bestaande uit polychroom geschilderde houten beelden; gekruisigde Christus in het midden, links Maria en rechts Johannes; verdwenen (1960) Maria Magdalenabeeld, knielend voor Christus. Achtergrondschildering (eerste kwart van de 20ste eeuw) met voorstelling van de stad Jeruzalem in de woestijn; onderaan afgewerkt met imitatiegordijnschildering waarboven opschrift: "Christus Heeft Ons Bemind en Zich Zelven Voor Ons Geslachtofferd (Eph: v 12)". Onderaan vagevuurgroep in rondbogige nis met rotsachtige motieven, waarop opschrift: "redt ons door uwe gebeden en goede werken"; witgeschilderde houten halflijfse figuren met opgeheven armen, elk omgeven door polychrome vlammenzee, achter houten rasterwerk. Voorliggend tuintje omgeven door ijzeren hek tussen hardstenen posten waarop vaasbekroning, gedateerd "Anno 1766".

Ten westen ervan ingewerkte grafplaat van pastoor H.J. Desprez van 1833.

Aan noordwestelijke hoek ingewerkt tussen steunberen, arduinen kapelletje (18de eeuw) met glazen wand onder rondbogige omlijsting met gestrekte uiteinden en vaasbekroning, waarin geschilderd houten beeld van Christus-op-de-koude-steen (Ecce Homo) gekleed in purperen dekmantel, geflankeerd door trofeeën met passiewerktuigen in houtsnijwerk. Voorliggend smeedijzeren hek met rococo-inslag.

Achtzijdige bovenbouw met ordonnerende overhoekse pilasters op sokkels en belijnende kordons met hoofdgestel. Onderste geleding met getoogde galmgaten en blinde spiegels. Bovenste register met rondbogige galmgaten; erboven afwisselend uurwerkplaten en blinde schijven onder geprofileerde kroonlijst.

Binnenin restanten van oorspronkelijk 18de-eeuwse aankleding, o.m. herdenkingssteen van E. De Camba (ca. 1763).

AFDELING ROHM WEST-VLAANDEREN, Cel Monumenten en Landschappen, Archief nrs. DW000190 en W/00477.
Buyle M., Een kermis is een geseling waard. Voorstellingen van het vagevuur in de monumentale kunst, in Monumenten en Landschappen, 14, 1995, 3, p. 6-17.
Claes P., Uitbreiding Museum Sint-Pieterstoren ofte Peperbusse Oostende. Museum Sint-Pieterstoren gaat achteruit… in de tijd, in De Plate, 1992, p. 9-10.
Debaere O., Stedenatlas: Oostende. Een topografisch overzicht van de ontwikkelingen van een fel begeerde havenstad, onuitgegeven licentiaatverhandeling, RUG, 1993, p. 27-32.
Duflou V., De Peperbusse, in Lange Nelle,  1990, p. 2-6.
ROOSE-MEIER B.; VERSCHRAEGEN H., Fotorepertorium van het meubilair van de Belgische bedehuizen, Kanton Oostende I, Brussel, 1977, p. 28-29.
Vansteenkiste H., Het Kerkelijk Leven te Oostende in de 17de en 18de eeuw, onuitgegeven licentiaatverhandeling, KUL, 1986.