Casino-Kursaal

adres: Monacoplein

Het vierde Kursaal van Oostende vormt een hoogtepunt uit de architectuur van de jaren ‘50, getypeerd door een modernistische vormgeving, gecombineerd met neoklassieke elementen aan de voorgevelzijde.  Architect Stijnen zette een avant-garde gebouw neer met een doorgedreven opzet naar transparantie en reductie.  Aan het oorspronkelijke ontwerp werden tal van wijzigingen aangebracht.  Een zeer grondige verbouwing door het architectenbureau Storme – Van Ranst (vanaf 2000) wil de oorspronkelijke ideeën van Stijnen alsnog realiseren, vijftig jaar na datum.Binnen bevinden zich muurschilderingen van Paul Delvaux, keramiek van Pierre Caille en fresco’s van Marc Mendelsohn.

Bron: Jean-Marie THEUNINCK & Claudia VERMAUT. Oostende, stad in zicht. Beelden en verhalen uit een stad aan zee. Oostende (Stadsbestuur), 2001.

Beschermd monument: 23 januari 1998


Uit de inventaris van het bouwkundig erfgoed


* Monacoplein z.nr. Casino-Kursaal, opgetrokken tussen 1950-1952 naar ontwerp van architect L. Stynen (Antwerpen) in samenwerking met P.  De Meyer. Beschermd als monument bij M.B. van 23/01/1998.

Gelegen op brede uitsprong aan het westelijk uiteinde van de zeedijk, als afsluiting van de Leopold II-laan, een belangrijke noord-zuid-as van de naoorlogse wegeninfrastructuur. Deze plaats, op de hoek van het voormalig westelijk bastion van de oude versterkte stad, wordt door koning Leopold II persoonlijk uitgekozen en in 1873 aan de stad in concessie gegeven. De site wordt exclusief voorbehouden voor het bouwen van een kursaal, hét balneaire symbool bij uitstek. Opgetrokken ter vervanging van het vorige (tweede) Casino van 1875-1878 naar ontwerp van architecten F. Laureys (Oostende) en J. Naert (Brussel), tussen 1898-1907 grondig verbouwd en uitgebreid door de Franse architect A. Chambon. In 1942 wordt dit Casino afgebroken voor de bouw van een Duitse bunker in de verdedigingslinie "Atlantikwall" (cf. gedenkplaat muur kant Westhelling).

Historiek.

1945: Het Oostends stadsbestuur richt een architectuurwedstrijd in voor de bouw van een nieuw Casino-Kursaal.

1947: De jury kiest het project van Léon Stynen, die voor de oorlog reeds de casino's van Knokke, Blankenberge en Chaudfontaine heeft ontworpen.

1949: De architect dient het ontwerp aan te passen aan de overschatte financiële mogelijkheden. Tevens wordt een compromis gesloten met betrekking tot de functionele bestemming aan de westzijde: de gemeenteraad verhindert hier een actieve café-restaurantbestemming o.v. de concurrentie met de bestaande horeca op de zeedijk. Léon Stynen doet tegenvoorstel om het kursaal te situeren op een naburig terrein aan oostzijde; men beslist echter het toch te laten optrekken op de plaats van het vooroorlogse.

1950-1951: Aanvang van de bouwwerken door N.V. Dumon & Vander Vin (Brussel). Eerste steenlegging door eerste minister G. Eyskens.

1952: Deel van Casino-Kursaal wordt in gebruik genomen bij de aanvang van het zomerseizoen.

1953:  Bouw voltooid; feestelijke inhuldiging en opening "De 20 juni 1953 werd dit kursaalgebouw ingewijd in tegenwoordigheid van de heer burgemeester A. Van Glabbeke - schepenen E. Vroome - J. Piers - M. Quaeghebuer - K. Dehouck Stadssecretaris M. Surmont - Architect Leon Stynen en de heer M. Boddewyn voorzitter van de ondernemingsfirma Dumon en Vander Vin".

Jaren 1960-1970: Diverse verbouwingen worden uitgevoerd. Na afbraak van de stadsschouwburg voor de bouw van het Europacentrum (1966) (cf. Van Iseghemlaan), krijgt de concertzaal een bijkomende functie als toneelzaal. Aanbrengen van tribune in de oorspronkelijk vlakke concertzaal; dichtmaken van de glazen wand aan zeezijde; toevoeging van hoge toneeltoren. Verbouwing inkom van de speelzaal langs de Oosthelling.

Eind jaren 1980: Plannen om het Kursaal af te breken.

1994: Inrichten van architectuurwedstrijd voor een nieuw casino. Twee projecten worden ingediend waarbij het bestaand gebouw wordt behouden (o.m. van Restyling Buro BVBA). Overige twee projecten houden de sloop van het bestaande casino in, nl. van Sir Norman Foster and Partners en van Bob van Reeth-AWG. L.g. werd gekozen, doch niet uitgevoerd.

1997: Plannen voor verbouwing tot appartementen-annex naar ontwerp van de Groep Restyling en het Atelier d'Art Urbain. Uit protest oprichting van een Comité "Kursaal aan Zee".

2000-2005: Instandhouding-, restauratie- en herinrichtingwerken naar ontwerp van Architectenbureau Storme-Van Ranst, architect P. De Meyer en Ingenieursbureau Constructor. Hierbij wordt zoveel mogelijk rekening gehouden met het oorspronkelijk concept, met het accent op het herstel van de transparantie naar de zeedijk toe (o.m. terugbrengen van toneeltoren op oorspronkelijke hoogte).  

Beschrijving.

Exterieur. Representatief functioneel gebouw aansluitend bij de Internationale Stijl van de jaren 1950 cf. doorgedreven opzet naar strakke en eenvoudige lijnvoering en transparantie o.v. ruimtebeleving en relatie met de site. Tevens architecturale uitstraling als "tempel van het toerisme" cf. geïntegreerde klassieke elementen: o.m. monumentaal symmetrische opbouw en zuilengalerijen (voorgevel). Structurerende geleding van de volumes door tegenstelling tussen grote glasgordijnen en meer gesloten delen.

Gebruik van "duurzame" materialen. Betonskelet met parement van witte Portlandsteen (bovenbouw) en arduinen onderbouw gefundeerd op palen. Betonnen luifels. Bitumen dakbekleding. Buitenramen in aluminium, stalen binnenramen.

Voorgelegen plantsoen (west) en parking (oost). Volume bestaande uit twee ongelijke bouwlagen en een kelderverdieping onder plat dak. Monumentale voorgevel (kant Monacoplein) met lage opengewerkte onderbouw (technische verdieping en garage) en hoge eerder gesloten bovenbouw onder plat dak, concertzaal onder zaagdak. Breed overkragende gootlijst. Centraal glasgordijn op bovenverdieping. Pivoterende ramen. Begane grond met gevelbrede portiek. Centrale inkompartij met vooruitspringende vlak afgedekte luifel op portiek als statige hoofdingang. L.g. bekroond door bronzen beeldengroep "De Vier Elementen" van O. Jespers (Antwerpen) (1954). Gestileerde personificaties van de elementen water, vuur, aarde en lucht.
Zijgevels met gebogen transparante gordijnwanden. Oostgevel (zijde Oosthelling) met ingesneden hoek aan de zuidzijde. Groot vooruitspringend glasgordijn van de speelzaal op de bovenverdieping. Verticaal doorlopende raamregisters van het trappenhuis, ten zuiden ter hoogte van entresol versmeltend met kleine vensteropeningen (voormalige opschikkamers van het personeel). Trap voor dienstingang. Platform aan noordzijde waarop eertijds het beeld "De Zee" van G. Grard, nu opgesteld in het Leopoldpark (cf. Leopold II-laan).

Westvleugel (zijde Westhelling) gevormd door royale duplexruimte met zicht op zee, oorspronkelijk bedoeld voor een actieve café-restaurantfunctie met toegang op de daartoe ontworpen uitgestrekte buiten(zonne-)terrassen.

Halfronde uitbouw aan zeedijk volgt de aanwezige bocht; gevormd door grote gebogen glazen gordijnwand. Dakterras. Uitgespaarde hoeken aan oost- en westzijde voorzien van bordestrappen; secundaire ingang aan westzijde.

Plattegrond en interieur. De oppervlakte van het casino-kursaal beslaat 1 hectare. Hoofdingang gericht naar de stad en gelegen in de as van de Leopold II-laan en het Vuurkruisenplein. Begane grond voorafgegaan door zuilengalerij: symmetrisch opgebouwde rechthoekige inkomhal met aan weerszijden bodega en nachtclub, erachter gelegen rechthoekige erehal. Dienstingang zijde Oosthelling levert toegang tot o.m. de administratieve diensten (bestuur, secretariaat, telefooncentrale), vestiaires voor croupiers, foyers en loges voor artiesten. Monumentale trap in de erehal leidt naar o.m. de grote concertzaal (noord), de speelzalen (oost), het restaurant (zuidoost), de music-hall (zuid), en de lees- en tentoonstellingszaal (west).

Oorspronkelijk vanuit de erehal en concertzaal onbelemmerd zicht op dijk, strand en zee door middel van ingenieus lamellensysteem aan het glasgordijn achter het orkestpodium. Door optrekken van toneeltoren werd de transparantie van het gebouw naar de zee toe dicht gemaakt. Oorspronkelijke vlakke vloer thans voorzien van helling om zicht op podium te bieden. Metalen dakconstructie.

Smalle gang tussen buitenwanden van de zalen en de gebogen glasgordijnen als toezicht - en dienstruimte.

Stoffering o.m. door Etablissements Vanderborght Frères (Brussel); sanitair, verwarming, keuken- en bureeluitrusting naar ontwerp van ingenieur J. Varendonck en uitgevoerd door de Algemene Onderneming P.A. Vantuykom. Ingangshal met wit marmeren tegelvloer met granito cirkelmotief waarin koperen ster. Eikenhouten gecanneleerde lambrisering. Oorspronkelijke vloerbekleding: vasttapijten met o.m. typerend geruit patroon (o.m. inkomhal) en zodiaktekens (speelzalen).

Geïntegreerde monumentale kunstwerken, vaak niet meer op oorspronkelijke plaats. Muurschilderingen van P. Delvaux (vrouwenfiguren en sirenes symboliseren de stad Oostende en de zee) en M. Mendelsohn (abstracte drieledige fries). Keramische sculpturen van P. Caille (o.m. driedimensionale figuratieve sculpturen en vlakke decoratieve wanddecors met marinemotieven) en O. Strebelle (tritons). Wandtapijt van J. Van Vlasselaer. Gezandstraalde glastaferelen van J. Maes. Schilderijen o.m. van E. Tytgat.

AFDELING ROHM WEST-VLAANDEREN, Cel Monumenten en Landschappen, Archief nrs. DW002062 en W/01370.
Architecture contemporaine. Le kursaal d'Ostende, une oeuvre de l'architecte Léon Stynen, in Architecture, Urbanisme, Habitation, vol. XIII, nr. 3, maart 1953, p. 40-45.
BEKAERT Geert; De MEYER Ronny, Léon Stynen, Een architect, Antwerpen, 1899-1990, 1990.
Bekaert G., Oostende op een tweesprong. Norman Foster en Bob van Reeth: ontwerpen voor een nieuw kurhaus, in Archis, 6, 1994,  p. 62-69.
BONTRIDDER A., Gevecht met de rede, Léon Stynen, Leven en werk, 1979.
Flouquet P., Le Nouveau Casino d'Ostende. Architecte: Léon Stynen, in La Maison , jg. 9, nr. 8, 1953, p. 245-256, 269.
Novgorodsky M., Een nieuwe merkwaardige verwezenlijking van Dumon & Vander Vin. De Kursaal van Oostende, in La Technique des Travaux, 1953, p. 4-29.
Hostyn N., "De Vier Elementen" van Oscar Jespers op de luifel van het Kursaal, in De Plate, 1987, p. 11-12.Laridon P., De bescherming van ons cultuurpatrimonium. De Kursaal-casino van Oostende, in De Nieuwe Gemeenschap, 1997, nr. 4, p. 8-12.