02. Historiek van de watertorens

De watertoren op de Mercatorlaan is de derde in de geschiedenis van Oostende.  

Eerste watertoren
De eerste watertoren van de stad kende zijn oorsprong in een vergaarbak die het bestuur liet bouwen boven een uitgegraven waterput. Door de nood aan particuliere bevoorrading van leidingwater werd boven op deze bron een stoompomp geplaatst die het putwater in een twaalf meter hoge watertoren moest brengen. Deze eerste toren bevond zich op de hoek van de Karel Janssenslaan en de Hendrik Serruyslaan en werd in 1872 in gebruik genomen. Echt drinkbaar was dit leidingwater echter niet. Het werd dan ook vooral gebruikt om toiletten door te spoelen, de was te doen en huizen mee schoon te maken.

Tweede watertoren
Om aan de toenemende vraag naar leidingwater te voldoen werd op 18 september 1894 beslist om een watertoren van 38m hoogte op te richten.
Klik hier om de foto, in een nieuw venster, op ware grootte te zien Deze nieuwe watertoren werd een stalen constructie, gebouwd aan de rand van het Maria-Hendrikapark, maar nog steeds was het water, dat dit keer vanuit de vaart gefilterd werd, niet geschikt voor consumptie.
Nog vóór het bestuur een sluitende oplossing kon vinden voor het drinkwaterprobleem in Oostende, stortte de tweede watertoren op 6 september 1899 in, waarschijnlijk als gevolg van overbelasting.

Derde watertoren
Al in het najaar van 1900 werd op dezelfde plaats gestart met de bouw van de derde watertoren, maar deze keer in steen.
Dit imposante bouwwerk werd 49,8m hoog en kon een waterinhoud van 700m³ bevatten. Een stevige nieuwe toren was er dus nu wel, maar de kwaliteit van het water was nog steeds beneden alle peil. In 1905 vond het bestuur echter een oplossing in de samenwerking met de Brusselse Compagnie Intercommunale des Eaux, kortweg het C.I.E., dat de stad zou voorzien van drinkwater uit de Bocq-Hoyoux (brongebied rond Modave). Klik hier om de foto, in een nieuw venster, op ware grootte te zien
Het zou echter nog tot 1 mei 1923 duren voor het eerste zogenoemde “Bocq-water” in Oostende uit de kraan vloeide. Als aandenken aan deze historische dag in het Oostendse drinkwaterverhaal werd in de watertoren een herdenkingssteen verwerkt.

Vierde watertoren
De stad werd door de jaren heen echter almaar groter en de appartementsgebouwen steeds hoger.
Klik hier om de foto, in een nieuw venster, op ware grootte te zien Vanaf de jaren ’50 kon de toren niet meer in de noodzakelijke druk voorzien om zonder bijkomende pompen het drinkwater op de hoogste verdiepingen van de nieuwe hoogbouw te brengen. Zo werd in 1958 beslist om een vierde watertoren te bouwen. Deze nieuwe toren van 71m hoog en met een waterkuip met een inhoud van 1000m³ was destijds de modernste van het land.

Van verval tot afbraakplannen tot bescherming
De “oude” of derde watertoren werd vanaf de jaren ’60 door de nieuwe toren overbodig. Men stelde overigens ook vast dat de constructie verzwakt was en wellicht nooit meer op volle capaciteit zou kunnen functioneren. Afbraak lag voor de hand en men begon al wild te speculeren over de invulling van het gebied dat door het afbreken van de toren (en ook van de bijhorende laboratoriagebouwen, waterspaarbekkens en het waterkasteel) vrij zou komen. Het bestuur wou er vooral appartementsgebouwen en andere woongelegenheden bouwen.

De bevolking reageerde in 1975 eerst gelaten op de beslissing tot afbraak, maar al snel ging een gedreven groep, de destijds opgerichte Stedelijke Werkgroep voor Monumenten- en Landschapzorg, in tegen de plannen van het schepencollege. Deze groep zette zich in voor de sensibilisering rond industrieel erfgoed naar de bevolking toe en maakte ook een geargumenteerd dossier op van de watertoren.

Na een lange procedure wordt de watertoren uiteindelijk bij koninklijk Besluit van 4 november 1977 omwille van zijn “uitzonderlijk architecturaal en beeldbepalend karakter” als monument beschermd.

Klik hier om de foto, in een nieuw venster, op ware grootte te zien

Klik hier om de foto, in een nieuw venster, op ware grootte te zien

Klik hier om de foto, in een nieuw venster, op ware grootte te zien
Maar ook nu staat de watertoren wat te “verkommeren”. De ingang is dichtgemetseld wegens instortingsgevaar, de ijzeren trap is geroest, vuil stapelt zich op en het metselwerk is door wild groeiende klimop ernstig beschadigd…  
…maar er is beterschap in zicht!

                                                                                                   (MM)



Bronnen:
Stad in Zicht (Jean-Marie Theuninck en Claudia Vermaut)
NOLLET Rik, 'De oude watertoren van Oostende' op zoek naar een nieuwe bestemming...Gent, Hogeschool voor Wetenschap & Kunst (OV-architectuur), 1992-1993, nr. 1213, VI +77p.
DREESEN, Jan-Baptist, 'De oude watertoren'. De Plate, V, 1976, 5, pp. 8-10
Inventaris Bouwkundig Erfgoed (online)

Afbeeldingen: SAO FT/D826, PK/B1755, PK/B2132, L296, L298, L305