Onze school opende voor het eerst haar deuren op 12 november 1849 in het vroegere stadhuis op het Wapenplein waar thans de beiaardtoren en aanpalend winkelcentrum staan, voorheen Feest-en Kultuurpaleis.

De eerste directeur was Bernard Sauvé en hij was ook de enige leraar. Bij de aanvang waren er 49 leerlingen. Na een jaar was dit aantal reeds gestegen tot 68 en werd er ook een tweede leraar aangesteld, in de persoon van C. Bultinck. De eerste prijsuitreiking vond plaats op 25 augustus 1851.

Bernard Sauvé werd in 1854 ontslagen als directeur en zijn opvolger was Jean Barwolf die deze functie bleef uitoefenen tot 1877. Intussen was het aantal leerlingen gestegen tot een tachtigtal en waren er ook een drietal leerkrachten aangeworven.

Jean Barwolf werd als directeur opgevolgd door François Demol (Brussel 1844-Oostende 1883). François Demol was dirigent geweest in Marseille en Brussel en componeerde ook heel wat werken o.a. een opera "Le Chanteur de Médine" opgevoerd in de Muntschouwburg in Brussel.

In 1879 werd de school verheven tot de rang van academie.

Joseph Michel (Luik 1847 - Oostende 1888) werd reeds in 1883 als nieuwe directeur aangesteld. Hij was een uitstekende componist, componeerde verschillende opera's en we bezitten in ons archief het manuscript van zijn werk: "Renouveau".

In 1885 telde de school reeds 400 leerlingen en er werden verschillende bijkomende leraars aangesteld.

Op 6 november 1888 werd Jules De Swert (Leuven 1843-Oostende 1891) de nieuwe directeur. Hij was een briljant cellist maar hij had zijn carrière moeten opgeven ingevolge ziekte nadat hij onder de meest beroemde dirigenten van zijn tijd had geconcerteerd in verscheidene grote Europese steden. Hij componeerde verschillende opera's die in de 19de eeuw verschillende malen werden uitgevoerd. Ook hij overleed vroegtijdig.

Hij werd opgevolgd door de jonge Léon Rinskopf (Gent 1862-Deauville 1915). Reeds bij zijn aanstelling nam hij de taak op zich om de cursussen te vervolmaken en het lerarenkorps uit te breiden. Hij was een mediagenieke figuur, was lid van de "Cercle Caecilia" die jaarlijks het "Bal du Rat Mort" organiseerde en was een persoonlijke vriend van James Ensor. Deze laatste droeg het schilderij "Au Conservatoire" op aan Léon Rinskopf met de vermelding "au futur baron Rinskopf". Dit schilderij hangt thans in het Musée d'Orsay in Parijs. Léon Rinskopf was ook dirigent van het Kursaalorkest. Hij was ook de persoonlijke vriend van Edmond Van Bredael, Voorzitter van de Rechtbank van Koophandel van Oostende en voorzitter van het Bestuurscomité van de Muziekacademie en die zich gedurende decennia inzette voor de school.

De academie die toen gevestigd was in de Sint Franciscusstraat, was er veel te eng behuisd en moest kunnen uitbreiden.

In 1865 had de toenmalige Minister van Landsverdediging Baron Chazal beslist dat Oostende niet langer een vestingstad diende te zijn. De wallen konden gesloopt worden en de stad kon uitbreiden. Aldus kon het stadsbestuur gronden verwerven, oorspronkelijk bestemd o.a. voor een kazerne en waarop zowel een jongensschool als de muziekacademie zouden opgetrokken worden.

Stadsarchitect August Verraert tekende de plannen en in oktober 1899, bij de aanvang van het nieuwe schooljaar, werd het gebouw betrokken waarin we thans nog gevestigd zijn. Wel even de aandacht erop trekken dat er buiten de leslokalen ook een feestzaal bestond die intussen reeds lange jaren verdwenen is. Reeds in 1936 was het plafond ingestort en werd nooit hersteld zodat de zaal tenslotte gesloopt werd. Het hoofdgebouw heeft in de voorbij jaren een prachtige restauratiebeurt gekend, maar de tegels waarop we lopen in de gang, moeten nu ongeveer 120 jaar oud zijn.

Op 50 jaar tijd was er dus een lange weg afgelegd. Het aantal leerlingen dat oorspronkelijk 49 bedroeg, was vertienvoudigd. 17 leerlingen of oud-leerlingen speelden in het kursaalorkest. Het oorspronkelijk budget van 1.500 BEF (37,18 euro) was gestegen tot 22.950 BEF (568,92 euro) maar regelmatig moesten er leerlingen geweigerd worden wegens overbevolking.

Op 24 november 1908 richtten enkele Vlaamse toneelverenigingen zich tot het stadsbestuur met de vraag een cursus Nederlandse dramatische kunst op te richten in de academie, maar het zou pas in 1923 zijn dat hun vraag ingewilligd werd.

Bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog in 1914 weken enkele leraars waaronder directeur Léon Rinskopf naar Frankrijk waar deze laatste in 1915 overleed in Deauville.

Tijdens de oorlogsjaren werd hij tijdelijk vervangen door Ernest Pierkot.

In 1919 werd Jules Toussaint De Sutter (Gent 1889-Fréjus 1959) tot directeur benoemd. Tijdens de oorlog kon hij zijn muzikale kennis ten dienste stellen van de "Symfonie van het veldleger".

Door zijn volharding verkreeg hij de oprichting van een hogere vioolcursus en weldra ook van een hogere leergang cello, een cursus Franse voordracht en de eerste cursus muziekgeschiedenis en in 1923 een cursus Nederlandstalige voordracht en toneel die toevertrouwd werd aan Rijkaard Schmitz.

In 1926 kwam dan de bekroning toen de academie gemachtigd werd om voortaan de naam "Conservatorium" te dragen. In die tijd bestond het personeel reeds uit 30 leerkrachten en het aantal leerlinge schommelde steeds tussen 400 en 500.

Toussaint De Sutter was ook de eerste die in ons land opleidingsconcerten voor de muziek studerende jeugd organiseerde.

In 1936 verliet hij de school om directeur te worden van het Koninklijk Muziekconservatorium van Gent. Samen met zijn echtgenote zou hij dan, in hun caravan, dramatisch aan zijn einde komen in Fréjus (Fr) toen een stuwdam het daar begaf.

Het was de Oostendenaar Emile De Vlieger (Oostende 1887-Ukkel 1960) die als zijn opvolger werd aangesteld. Voor het eerst was een rasechte Oostendenaar aan het hoofd van de school. Emile De Vlieger was een bijzonder begaafde cellospeler en reeds op elfjarige leeftijd trad hij op als solist.

Tijdens de sombere oorlogsjaren waren de activiteiten uiteraard beperkt, maar niettemin werden de lessen zo normaal mogelijk gegeven.

In 1949 bestond de school honderd jaar. De verschrikkingen van de oorlog waren voor een deel vergeten en het eeuwfeest zou op een gepaste manier gevierd worden. De feestelijkheden hadden plaats van 12 tot 28 augustus. Er werd een internationale wedstrijd voor piano en voor zang georganiseerd. Op 13 augustus had het "Eeuwfeestgala" plaats samen met de opening van de voornoemde wedstrijd. Op 14 en 15 augustus was er het "Gala van de Italiaanse Opera". Op 16 en 17 augustus balletopvoeringen door het Metropolitan Ballet van Londen.

Op 19 en 20 augustus was er telkens een openbaar optreden van 5 finalisten van de pianowedstrijd. Op 21 augustus een symfonisch concert, op 23 augustus een voordracht over "Debussy en zijn tijd", op 25 augustus een openbaar optreden van 10 finalisten van de internationale zangwedstrijd, op 26 augustus het openbaar optreden van tien finalisten in de afdeling "opera", op 27 augustus een symfonisch concert en op 28 augustus het slotgala.

Intussen trok op 15 augustus een "geschiedkundige stoet" door de straten van Oostende.

Op 15 juni 1957 werd de "Concertvereniging van het Muziekconservatorium" opgericht met als doel het inrichten van symfonische concerten en kamermuziekuitvoeringen.

Op 1 november 1959 ging Emile De Vlieger op rust. Hij werd tijdelijk opgevolgd door Lucien Van Branteghem (Oostende 1910-Oostende 1994)

Georges Maes (Oostende 1914-Eeklo 1976) was de volgende directeur. Toen hij aan het hoofd van de school kwam, was het aantal leerlingen gedaald tot een driehonderdtal en ontbrak het aan heel wat didactisch materiaal. Spoedig konden evenwel heel wat instrumenten worden aangekocht. Het leerplan werd volledig herzien en nieuwe cursussen werden ingericht.

Het aantal leerlingen was in 1964 terug gestegen tot een vijfhonderdtal. Op 1 oktober 1965 werd het "Koor van de Concertvereniging van het Conservatorium" opgericht onder de leiding van Stefaan Dombrecht, organist van de St. Petrus en Pauluskerk en leraar aan het Conservatorium.

Het studieniveau steeg voortdurend en in 1968 konden twee leerlingen zich aanmelden op de Pro Civitatewedstrijden waar ze de eerste prijs behaalden.

Na het schielijk overlijden van Georges Maes kwamen Joseph Berden (Oostende 1916-Oostende1987), Roland Corijn (Kortrijk 1938- ) Joseph Berden en Edgard Dewulf (Oostende 1926 – Oostende 2008) voor korte tijd als directeur aan het hoofd van de school te staan.

Intussen behaalden verschillende leerlingen prachtige resultaten op nationale en internationale wedstrijden.

Toen Roland Cardon (Ronse 1929-Ronse 2001) het roer overnam op 1 januari 1982, volgden reeds terug 1119 leerlingen de leergangen. Roland Cardon had verschillende militaire muziekkapellen geleid en was ook een verdienstelijk componist. Onder zijn impuls werd opnieuw een "snaarorkest" en een "harmonieorkest" opgericht en werd een "voorstelling van alle instrumenten" georganiseerd waardoor de instrumentenkeuze gemakkelijker werd voor nieuwe leerlingen. Gezamenlijke prijsuitreikingen van het Oostends Kunstonderwijs werden georganiseerd met de Kunstacademie en het Conservatorium.

Bij het beëindigen van zijn mandaat als directeur in 1994 kon Roland Cardon melden dat het leerlingenaantal de 1300 had overschreden en dat 55 leraars instonden voor het onderricht.

In 1994 nam Guido Six de leiding van het Conservatorium over. Voordien was hij klarinetsolo bij de Muziekkapel van de Belgische Rijkswacht en nadien leraar aan onze school. Hij organiseerde "Klarinetfest", een internationaal klarinetfestival dat duizenden bezoekers trok, en richtte Claribel op, een gerenommeerd klarinetchoir. Onder zijn impuls deed ook de computer zijn intrede in het Conservatorium.

Op 12 november 1997 werd de "Vriendenkring Conservatorium Oostende" opgericht die heel wat podiumkansen gaf aan jonge musici en die recent overging in de vzw Muziek aan Zee.

Iedereen weet in welke dramatische omstandigheden Guido Six, samen met zijn zoon Jef om het leven kwam op 30 oktober 2015.

Sindsdien wordt het Conservatorium geleid door Dirk Ooms.