Dementie, wat nu?

Gevoel en belevenis van dementie

De dokter vertelde dat u of uw familielid beginnende dementie heeft. Dit kan allerlei gevoelens oproepen. Praat met iemand over deze gevoelens. Dat helpt u om te leren omgaan met de ziekte.

Gevoelens die het meest voorkomen bij beginnende dementie:

  • De persoon met dementie voelt zich verdrietig, prikkelbaar, opvliegend … Gewone dingen lukken niet meer goed, zijn frustrerend. Iedereen lijkt zich te bemoeien en dat maakt hem echt kwaad.

  • Hij is vaak bang. Soms ervaart hij een situatie als vreemd of gebeurt er iets wat hij niet verwacht. Dat maakt hem angstig. Hij maakt zich ook zorgen over later. “Wat staat er mij nog te wachten?” “Wie zal er voor mij zorgen?”.

  • Er is schaamte of een schuldgevoel. De persoon met dementie denkt dat hij een last is voor andere mensen. Daarom probeert hij andere mensen te vermijden en heeft hij minder sociale contacten.

  • Hij wil het misschien helemaal niet weten. Sommige mensen met beginnende dementie willen het helemaal niet horen. Ze ontkennen hun probleem. Ze vinden dat iedereen overdrijft. Vaak zijn dit heel sterke mensen. Zij willen hun ziekte niet toegeven. Ze maken het zichzelf moeilijk maar ook hun partner en familie kunnen de aandoening zo moeilijker verwerken.

  • De persoon met dementie en zijn familie voelen zich ook opgelucht. Eindelijk is er een einde gekomen aan de twijfel en de onzekerheid. U weet nu het waarom van de problemen van de laatste tijd. Dementie is een ziekte van de hersenen. Het heeft niet te maken met “niet willen” maar met “niet meer kunnen”.

Leren leven met dementie vraagt tijd. Geef uzelf en uw omgeving tijd om te leren leven met deze ziekte. Praat erover met iemand die u goed kent, iemand die u vertrouwt. Het kan deugd doen om heel open te spreken over wat u voelt.

 

Omgaan met personen met dementie

 Veiligheid scheppen

Het geheugen van een persoon met dementie slaat nog maar weinig informatie op. Oude informatie gaat verloren, daardoor leven ze in een vreemde, onbekende en onvoorspelbare wereld en gaan ze op zoek naar veiligheid.

  • Schep een warme, vertrouwde omgeving met spullen waarbij de (oudere) persoon zich prettig voelt. Zo komt u tegemoet aan de behoefte van geborgenheid.

  • Tracht een vaste dagindeling aan te houden.

  • Probeer de woonomgeving en de omgangssfeer zoveel mogelijk bij het oude te laten.

  • Probeer geen geheugentrainingen of oefeningen. Het geheugenverlies is hierdoor niet tegen te gaan en vaak werkt dit net alleen nog meer frustraties op door het niet (meer) kunnen uitvoeren van bepaalde oefeningen.

  • Stimuleer een persoon met dementie in de dingen die nog mogelijk zijn maar vraag ook niet te veel.

Respect tonen

  • De persoon met dementie leeft in een eigen wereld die te maken heeft met het verleden. Tracht u in te leven in deze wereld. Probeert u in een gesprek zoveel mogelijk aan te passen.

  • Praat traag en houd er rekening mee dat alles meer tijd kost, ook het geven van een antwoord.

  • Behandel een persoon met dementie met respect. Spreek hen toe met een duidelijke en lage stem. Ga op gelijke hoogte en dichtbij staan. Begin steeds met het noemen van hun naam.

  • Gebruik eenvoudige zinnen, met één boodschap per zin.

  • Spreek in aanwezigheid van de persoon met dementie niet over hem in de derde persoon, vermijd fluisteren.

  • Vermijd woorden of thema’s die de persoon met dementie angstig maken.

De taal van het gevoel

  • Personen met dementie krijgen het steeds moeilijker om woorden te begrijpen. Zij reageren op de gevoelsboodschap die u overbrengt.

  • Let erop ‘hoe’ u iets zegt. Uw houding, toon en gelaatsuitdrukking zijn erg belangrijk.

  • Gebruik bij uw woorden gebaren en aanrakingen.
    Lichamelijk contact en aanwezig zijn, worden belangrijker dan praten.
  • De gevoelswereld is voor een persoon met dementie erg belangrijk. Probeer de gevoelens te ontdekken die achter hun woorden liggen en ga daar op in.

 

Geduld opbrengen

  • Soms vertonen personen met dementie gedrag dat vreemd en onaangepast is, zoals roepen, tics, volgen, verzamelen, plots lachen of ongecontroleerd huilen. Denk eraan dat dit gedrag het gevolg is van een ziekte waarop men geen vat heeft.

  • Tracht de persoon met dementie af te leiden. Erover praten helpt niet.

Tips voor familie en naasten

In het beginstadium van dementie, weten mensen dit vaak goed te verbergen en bijvoorbeeld de gaten in het geheugen op te vullen met verzinsels. Zowel van de achteruitgang zelf, als van de uitvluchten, is de persoon zelf zich vaak niet bewust. Het is belangrijk te beseffen dat er geen sprake is van pesterijen of ‘ondeugendheid’.

Geduld, begrip en aanpassing zijn de belangrijkste elementen. Er bestaat echter niet zoiets als één goede benadering die bij iedereen werkt.

Probeer het leven voor de persoon met dementie zo vertrouwd mogelijk te maken met bekende, dierbare voorwerpen, foto’s, muziek e.d. Regelmaat, een vaste dagindeling en omgeving geven houvast.

Gebruik eenvoudige, duidelijke taal. Geef uitleg over wat u doet, of wat er gebeurt. Zeg bijvoorbeeld: “Kijk, daar komt je broer Jan op bezoek.” Probeer een examensfeer te voorkomen (“Wie is die man die nu op bezoek komt?”) .

Betrek hen zoveel mogelijk bij de dagelijkse dingen. Eis niet teveel, maar moedig hem of haar aan eenvoudige dingen die ze nog leuk vinden te blijven doen, zelfs al gaat het niet meer zo goed als vroeger. Neem niet te snel iets over, maar help hen net zoveel als nodig is om hen zelfstandig de taak te laten volbrengen. Blijf niet stimuleren wat ze niet meer kunnen.

Confronteren met de fouten (zelfs al gaat het over het feit dat vader of moeder allang zijn overleden) heeft weinig zin, en kan iemand zelfs nog angstiger of somberder maken.

Beschuldigingen kunt u beter negeren, of zelfs een eindje mee praten om zo iemand langzaam af te leiden.

Vermijd welles-nietes discussies. Ga niet zozeer in op wat er feitelijk gezegd wordt, maar probeer het gevoel achter de mededeling te begrijpen.

Boos worden heeft weinig zin en heeft vaak het effect dat de dementerende angstig, verdrietig of boos zal worden.

Behandel een persoon met dementie niet als een kind, maar als een volwassene.

Lichamelijk contact tenslotte; een zoen of arm om de schouder kan meer doen dan vele woorden.