Het Oostende van Luc 'Lux' Janssen

In de reeks van 'Het Oostende van' gingen we deze keer langs bij radio- en televisiepresentator Luc Janssen. Als sinds 1979 maakt Luc Janssen spijkerharde radio vol cutting edge muziek uit de industriële onderbuik van de pop. Je kent hem waarschijnlijk als die zalige presentator op Rock Werchter!

Wat roept Oostende bij jou op?

Oostende staat voor zachte anarchie. Oostendenaars zijn mensen van de zee en die doen graag waar ze zin in hebben. Er zijn weinig zaken waar ze zich iets van aantrekken en al zeker niet van autoriteit. Dat zachte anarchisme uit zich onder meer in kapotte stoepen. De Oostendenaar zelf beweegt zich daar vlot over en herstellen moet niet zo nodig, heb ik de indruk. Ik verdenk Oostendenaars ervan dat ze er heimelijk plezier in hebben dat aangespoelden worstelen met die stoepen…

Wat is je oudste herinnering aan Oostende?

De bovenzaal van De Grote Post. In de jaren 50 was daar het personeelsrestaurant van de PTT. Als we aan zee waren, kwamen we er eten. Mijn oudste herinnering is dat ik er een keer heb overgegeven bij de kassa. Een gênant moment voor mijn ouders. Het eten is er vandaag gelukkig veel beter. En ook deze: onderweg naar zee zei mijn moeder altijd “kijk, de bomen staan scheef, we zijn er bijna.” Dat zeg ik nu ook tegen mijn kleinkinderen. Die scheve bomen, dat is een scherp beeld in mijn eerste zeeherinneringen.

Welke Oostendenaars inspireren je, roepen je bewondering op, verrassen of verbazen je?

Charles Drybergh.
Ik ontdekte deze ‘peintre maudit’ in de etalage van Galerie Tom Gerits in de Hertstraat. Die galerie is stilaan een klein museum voor de schilder aan het worden. De vergeten Charly Drybergh is natuurlijk geen Ensor of Spilliaert, maar zijn bijzonder werk is het zoveelste bewijs dat Oostende altijd een aantrekkelijke stad is geweest voor kunstenaars. Geboren in Brussel in 1932 kwam Drybergh in de vroege jaren 60 naar Oostende en bleef er tot aan zijn dood in 1990.

Je favoriete plekje in Oostende?

De muziekliefhebber in mij drinkt graag een glas in de tijdloze kroeg Lafayette. In de etalages van White Interiors en Galerie Tom Gerits ontdek ik altijd wat. Het Maria-Hendrikapark is mijn favoriete plek om even weg te zijn van de relatieve drukte. Het is bos en park tegelijk, met aparte hoekjes, eilandjes, vlonderpaden, een vlot. Ja kan er picknicken, met bootjes varen… het favoriete speelpleintje van mijn kleinkinderen zit in een hoek van het park of we nemen het overzetbootje en fietsen naar het speelplein aan Duin en Zee. De Velodroom is dan weer een uiting van dat zachte anarchisme: een plek voor jonge gasten, door hen zelf gemaakt tot wat het is, een inspirerende en sportieve hangplek. Ten slotte noem ik ook het Kroegske, dat ik eind jaren 60 leerde kennen. En ik heb heimwee naar de verdwenen kunstkroeg La Chèvre Folle, raar want ik ben er nooit geweest en ken ze enkel van verhalen.

Je favoriet Oostends woord of uitdrukking?

Ik ken er geen, ik heb geen dialect.
Af en toe is dat jammer. Als ik naar de Vistrap ga, besef ik dat ik beter een paar woorden Oostends zou kennen. Mijn buurman zei me na een avondje TAZ: ik ben mijn ‘savatte’ kwijt… en ik begreep hem niet.

Wat wens je Oostende toe?

Een goed beheer van haar patrimonium.

Oostende wil zich profileren als ideale citytrip. Waaraan ontbreekt het de Stad?

Oostende mag gerust wat alternatiever worden. Originele initiatieven moeten de kans krijgen om origineel te blijven. Denk aan de Velodroom, die een mooie alternatieve scene herbergt. Puur, zuiver en ‘van ons’. Niet elk alternatief initiatief moet worden gerecycleerd door het commerciële of toeristische circuit.

Wat is je belangrijkste zintuig in Oostende?

Mijn ogen.
Kijken naar het licht van de zee. Als de zee blinkt is ze op haar mooist. Als ik vrienden sms: ‘ze blinkt’, dan weten ze dat ik in Oostende ben. ‘Ze blinkt’ staat ook op de vuilniswagens van Oostende, grappig. Het licht van de zee, de kleur van het zand, de zee die in brand staat, de speling van het licht op de gevel van de grote kerk, of het licht dat door haar prachtige glasramen valt…

Wat is je favoriete activiteit in Oostende?

Ik fiets veel door de stad en Oostende heeft een zeer goede fietsinfrastructuur. Typisch en aantrekkelijk aan Oostende is dat je al fietsend bijzondere plaatsen ontdekt. Naar de buitenwijken fietsen betekent vaak een ontdekkingstocht want dan stoot je onverwacht op
een gezellig pleintje of een mooi speelplein. Oostende heeft goed bewegwijzerde en afwisselende fietsroutes in de polders rond de stad. Een aanrader die het allemaal heeft, is fietsen langs de muurschilderingen van The Crystal Ship.

Veel mensen noemen Oostende de Koningin der Badsteden.  De Stad noemt zichzelf de Stad aan Zee. Wat is jouw ideale baseline voor Oostende?

Oostende: zijn marginaalkroketten!
Het klinkt wat plagerig en is dat ook want ik zeg het met veel liefde voor O. Oostende is een lekkere stad, met een heerlijke smaak en kleur. Oostende is dorp en stad in één. Het is Brussel in het klein. Dat grootstadgevoel, de marginale mix van cara pils en cocktails, maakt van Oostende de kleinste grootstad ter wereld. Dat is misschien een betere baseline!

Als je vanuit Oostende weer naar huis gaat, wat neem je dan mee?

Vis en vuile was. Alleen het laatste brengen we frisgewassen mee terug.

Waarom keer je graag terug naar Oostende?

In de Kempen zeggen we: ‘ik zen hie geire.’ Gewoon: ik ben hier graag. Oostende is ook thuis komen: als ik de stad binnenrijd en aan de verzorgde bloemenperken al ruik welk seizoen we zijn en de kleinkinderen op de achterbank roepen: “kijk opa, de piratenboot!” als ze de Mercator zien, dan weet ik: Ik zen hie geire.

 

 

Gepubliceerd op woensdag 30 januari 2019 11.43 u.