Thierry Saey

Thiery Saey (Lommel 1952) is een Belgisch kunstschilder. Hij woont en werkt in Oostende. Schilderen is voor hem een zoektocht naar oplossingen om 'schoonheid' te materialiseren. Die schoonheid zoekt hij tot heden steeds in de mens, die dan ook een centrale plaats inneemt in zijn schilderijen.

Schilderen is voor hem evenzeer een zaak van de geest als van de materie. Ideeën en emoties liggen in de verf besloten. Deze geestelijke dimensie valt meteen op.

Zijn existentialistisch oeuvre kan onderverdeeld worden in drie doorlopen periodes waarin thema's als schijngestalten van de dood (nl. melancholie, angst en verveling), bezinning, aanvaarding, twijfel en hoop terugkomen: er wordt uitgedrukt hoe de mens zichzelf ervaart, ook in relatie met anderen. Streven naar essentie tijdens het creatieve proces is steeds de invalshoek .

In zijn eerste periode verkent hij de grenzen van olieverf en vervorming. Hij onderzoekt de deformaties van lichamen om een gevoel tot uiting te brengen. Dikwijls zitten de figuren opgesloten in een soort kooi, hij spreekt van een decompressiekamer en symboliseert hiermee de Platoniaanse weg naar boven of naar beneden: een decompressiekamer is de zone tussen het leven in de afgrond en het licht van de werkelijkheid.

Onder invloed van de tijdsgeest 'de schilderkunst is dood, leve de nieuwe schilderkunst' ontstaat zijn tweede periode. De thema’s blijven, maar het nieuwe is de manier waarop hij met verf omgaat: hij laat de hand tijdens het schilderen verdwijnen en geeft het toeval een grote kans. Hierdoor oogt zijn techniek vloeibaar zoals de samenleving tegenwoordig is: alles stroomt en is voortdurend in verandering. Vormen worden gesuggereerd en lopen in elkaar over, de lijn is er alleen in dienst van de essentie. De menselijke figuur is steeds ontdaan van individuele trekken.

Zijn derde periode wordt gekenmerkt door de intrede van de materie (pigmenten en synthetische bindmiddelen). Hij onderzoekt hoe aangebrachte verf opnieuw kan weggehaald worden en komt zo tot wat hij omschrijft als het negatieve schilderen. Een materiële ondergrond wordt opgebouwd, meestal zwart (these, het niets). Vervolgens overschildert hij gans het doek met een monochrome verflaag, aanvankelijk meestal groen (antithese, het iets).

Tot slot haalt hij verf van de bovenste laag weg zodat uit het kleurverschil van grondlaag en bovenlaag een vorm, een gestalte … een wezen ontluikt (synthese, het worden). De zwarte vormen die het afwezige lichaam vervangen moeten uitnodigen tot instappen, het zijn poorten naar een andere geestelijke ruimte, naar een invoelend verstaan. Contourlijnen omsluiten het afwezige lichaam in een stilte die drukt, de mens als sjabloon bijna, als een donker teken dat via houding en situering tal van betekenissen onthult. De lijn is soms een middel om het kleurverschil te vervangen, desgevallend te versterken. De werken bezitten een geladen huid waarin wordt gekrast en geschreven. Hij doorloopt achtereenvolgens een groene, witte en blauwe periode. Zijn recentste werken vertonen meer kleur.

Prijzen: 1ste prijs "Sheba van de Belgische Kunst 1993" (Brussel), 1ste prijs "Nationale Prijs voor Schilderkunst, Louise De Hem 1995", (Ieper), selectie (bronzen medaille) "Europaprijs voor Schilderkunst 1996" (Oostende).

Werk in openbare verzamelingen: Stad Ieper ("laat, later, te laat" en "zwart in groen"), Mu.Zee, collectie stad Oostende ( "in stilte" en "belevenissen 12" )

Individuele tentoonstellingen: 1994 "Het speelveld" (Oostende), 1995 "De gebeurtenis" en "Stille optocht" (Oostende), 1997 "De lege spiegel" (Oostende), 1998 "Onmacht" (Brussel) en "Aanwezig - Afwezig" (Antwerpen), 2001 "Beleve-nissen" (Oostende), 2006 'In de ban van v' (Oostende), 2013 'Reizigers' (Lissewege)

E-mail thierry.saey@gmail.com
Website www.facebook.com/pages/Thiery-Saey/534131723304904