Leopoldpark

Leopoldpark

Het Leopoldpark – of den hof zoals de Oostendenaars het park noemen – werd ontworpen door de tuinarchitect Louis Fuchs. De architect van Duitse origine koos er voor de typische  Engelse landschapsstijl, met bruggetjes, wandelwegen en bloemenperken. Het park werd gedeeltelijk aangelegd over de oude stadswallen van Oostende, maar ook gedeeltelijk in militair domein. Het heeft een oppervlakte van ongeveer 5 hectare. In 1862 werd een eerste reglement opgesteld voor wandelaars. Toeristen kregen gratis toegang, maar Oostendenaars moesten betalen!

In 1859 werden er twee wateraders ontdekt in het park. Hierop werden twee drankpaviljoentjes opgericht die bleven bestaan tot 1940 en 1960. De muziekkiosk, die er nog steeds staat, dateert uit 1885.

Het beroemde bloemenuurwerk dateert uit 1933. Het perk heeft een doorsnede van negen meter. De grote koperen wijzer die bedekt is met bladgoud, is vier meter lang en weegt 90 kilogram, de kleine wijzer is drie meter lang en weegt 70 kilogram. Het uurwerk wordt aangedreven door een elektrische motor) die onder de grond verborgen zit. De bronzen klok die boven het uurwerk staat, is het oudste onderdeel van het bloemenuurwerk . Deze klok is meer dan 250 jaar geleden gemaakt (in  1748) en is nog afkomstig uit de ‘Peperbusse’, de enige overgebleven toren van de Sint-Pieterskerk die in 1896 bijna volledig afbrandde. Elk jaar worden meer dan 30.000 plantjes gebruikt om het bloemenuurwerk aan te planten.