Met burgerbudget kiezen Oostendenaars voortaan zelf wijkprojecten

Stad Oostende heeft beslist om de subsidiëring van de wijken grondig te hervormen. Zowel het reglement voor de straat– en wijkfeesten, als het reglement van Wijk in Beweging wordt hervormd. Stad Oostende wenst een bottom-upverhaal.

 Kleine initiatieven en straat- en buurtfeesten krijgen een duwtje in de rug. Voor de grotere activiteiten geldt het motto ‘less is more’. Minder in aantal maar kwaliteitsvoller. Daarnaast wordt de subsidiëring aangepast. Verder zal Oostende ook voor het eerst kennis maken met een burgerbudget, namelijk Wijkprikkels. De burger krijgt dus rechtstreeks zeggenschap over een deel van de overheidsfinanciën.

Subsidie straat- en wijkfeesten verhoogd

De benaming straat- en wijkfeesten wordt straat- en wijkactiviteiten. Zo willen we verruimen van feest naar project of een activiteit. Voorheen was het mogelijk om voor straatfeesten een subsidie van 124 euro aan te vragen en voor een wijkfeest 1 240 euro (eventueel verhoogd met 400 euro indien voor de activiteit een beroep werd gedaan op een muziekkorps dat door de Stad Oostende werd aangewezen).

Er werden echter zeer weinig straatfeesten georganiseerd vanwege het lage bedrag, de administratieve rompslomp en het feit dat er geen impuls was van wijkactoren. Het Stadsbestuur heeft beslist om dit aan te passen en te moderniseren. De staving gebeurt aan de hand van een uitnodiging en foto’s van het evenement. Tegelijk wordt het subsidiebedrag verhoogd naar 250 euro.’

Voor de wijkfeesten geldt eveneens een verhoging van 1 240 euro naar  2 500 euro maar deze activiteiten worden wel in aantal beperkt, namelijk twee. Less is more, minder in aantal, maar een hogere kwaliteit.

“Vandaag zijn er in de Stad Oostende 15 straatfeesten en 36 wijkfeesten. Dat moet net omgekeerd. We willen een bottom-upverhaal. Kleinschalige buurtinitiatieven zijn de kern van onze samenleving.”

Wijk in Beweging wordt Wijkprikkels

Het stadsbestuur lanceert een eerste Burgerbudget,  namelijk Wijkprikkels. Stad Oostende stelt een Wijkjury samen, bestaande uit ambtenaren, wijkactoren en experten die betrokken zijn bij de wijk. De Wijkjury beoordeelt de projectvoorstellen op grond van een aantal criteria.

Die voorwaarden zijn duurzaamheid (het voorstel stopt niet na de subsidiëring), wijkgerichtheid (hoe komt het de wijk ten goede?), cocreatie (hoe worden wijkactoren, handelaars betrokken bij het voorstel?), hoe draagt het voorstel bij tot de stadsmissie ‘Allemaal Oostendenaar’, …

Indien een voorstel voldoet aan die criteria, wordt het voorgesteld aan de burgers. De burgers krijgen de taak om de projectvoorstellen te rangschikken. Door middel van hun unieke rijksregisternummer zullen ze via de E-ID thuis of via computers in de ontmoetingscentra en andere stadsgebouwen (bv. Stadhuis), een stem kunnen uitbrengen op het voorstel naar keuze en dit per wijk. Stad Oostende legt een bedrag vast per wijk, bestaande uit een vast gedeelte en een variabel gedeelte en kent naderhand de subsidiëring toe.

“Oostende krijgt voor het eerst een burgerbudget. De burger heeft dus rechtstreeks inspraak in een deel van de overheidsfinanciën. De voorstellen moeten geen evenementen zijn, maar dat kan wel. De burger geeft aan wat hij of zij echt van belang vindt voor zijn of haar wijk of straat. Het gaat om wijksubsidiëring en dus moet het vrijgemaakte budget ook de wijken duurzaam en onmiddellijk ten goede komen.”

Stad Oostende voorziet overgangsmaatregelen : ‘Technologisch was het nog niet mogelijk om dit te implementeren voor de jaargang 2019-2020. Ondertussen wordt het technologisch systeem geïmplementeerd. De wijkjury werd reeds samengesteld.

MEER INFO: www.oostende.be/wijkprikkels en https://www.oostende.be/straat-wijkactiviteiten

 

 

 

Gepubliceerd op woensdag 12 februari 2020 9.58 u.