Doorstart kinderopvang tijdens de corona-epidemie : update van 10 juni (samenvatting)

Compensatie en respijtdagen - contactbubbels in juli en augustus - wennen blijft belangrijk - contact met ouders en kwetsbare gezinnen - risico-contacten

Compensatie en respijtdagen

Je hebt recht op compensatie voor alle corona-afwezigheden (ook voor halve dagen en als je moet sluiten door overmacht) en dit alvast tot 30 juni. We weten nog niet of er voor de zomermaanden een compensatie zal voorzien worden. Meer informatie volgt later.

Laat aan ouders, die hun kinderen nu nog niet brengen, weten dat je open en beschikbaar bent om hun kind(eren) op te vangen. Je kan ouders opbellen, mailen of hen een brief bezorgen.

Ouders hoeven geen respijtdagen in te zetten en betalen niet voor afwezigheden alvast tot 30 juni.

Daarna (vanaf 1 juli) behouden gezinnen het aantal respijtdagen die ze hadden voor de maatregelen. 

Contactbubbels

Contactbubbels tot 30 juni
Een contactbubbel is een groep van kinderen en begeleiders die frequent contact hebben. Jouw opvang is een contactbubbel.

  • Indien nodig en organisatorisch mogelijk, kan je de peuters die normaal naar school zouden gaan maar nu nog niet kunnen instappen, blijven opvangen.
  • Halftijds in de opvang en halftijds naar school gaan is mogelijk als het kind het ervoor al naar de opvang kwam of wanneer er echt geen andere oplossing is binnen de ruimere gezinsbubbel van de ouders.

Contactbubbels in de zomervakantie: 1 juli tem 31 augustus
Je vormt per week een vaste contactbubbel. De contactbubbels van kinderen worden week per week bekeken. Als week tel je steeds van maandag tot zondag. Na die week mag de contactbubbel zo nodig wijzigen.

Ouders mogen voor elk van hun kinderen per week maximaal 2 opvangbubbels combineren:

  • De officiële kinderopvang (onthaalouder of speelpleinwerking of KDV, enz)
  • De ruime gezinsbubbel van de ouder

Ouders maken dus een hele week gebruik van dezelfde kinderopvang. Op de dagen waarop ze hiervan geen gebruik maken, vangen zij hun kind in de ruime gezinsbubbel op (bv. familie of vrienden). Kinderen nemen daarbuiten zo weinig mogelijk aan verschillende bubbels deel.

Voorbeeld 1: een kind mag op maandag, dinsdag en donderdag naar de onthaalouder komen en de overige 2 dagen thuis blijven of naar de grootouder gaan indien deze grootouder niet tot de risicogroep behoort. Het kind mag in een week dus geen opvang bij een onthaalouder combineren met speelpleinwerking. 

Voorbeeld 2: Bij meerdere kinderen in het gezin kan elk kind in een aparte bubbel. Bijvoorbeeld de kleuter gaat naar het speelplein, de baby gaat naar de onthaalouder en op woensdag gaan ze beiden naar de tante.

Wennen blijft belangrijk!

Kinderen die lange tijd niet naar de opvang kwamen (maar ook nieuwe kinderen), moeten terug wennen aan de opvang. De nieuwe omgeving kan stress bij hen oproepen. Wennen is voor deze kinderen belangrijk zodat ze zich beter kunnen voelen en om de kans op wiegendood te verkleinen.

Geef extra aandacht aan de kleinste baby’s.

Hoe kan je best wennen?

De rechtstreekse contacten met ouders vervang je zoveel mogelijk door beeldbellen (bijvoorbeeld facetime), een wandeling met het kind en de ouder of een virtuele rondleiding in jouw leefruimte/rustruimtes. Zo’n “babbel” is nodig om vertrouwen te winnen.

Als het wennen samen met de ouder(s) toch in jouw opvang zelf doorgaat:

  1. beperk dit tot 1 enkele ouder
  2. dit kan alleen als de ouder de laatste twee weken niet ziek was noch contact had met iemand die ziek was
  3. alle volwassenen dragen een mondmasker en houden sociale afstand
  4. doe dit beter niet binnen, maar indien het écht niet anders kan:
    • de ouders hebben de handen ontsmet alvorens binnen te komen
    • doe dit énkel met ruim open ramen, zorg voor goed open verluchting (airco is niet voldoende)
    • doe dit op een zo rustig mogelijk moment met zo weinig mogelijk andere personen erbij
    • doe dit enkel in een beperkte, duidelijk afgebakende zone
    • zorg nadien voor grondige ontsmetting van die zone

Zie affiche wennen voor meer tips.

Materialen van thuis

Er is geen probleem om materiaal van thuis (flesjes, luiers, kledij, boekje..) die nodig zijn voor het welbevinden van het kind, mee naar de opvang te brengen. De besmetting van Corona gaat via speeksel dat even in de lucht zweeft en nadien terecht komt op oppervlakken of handen. Was daarom steeds goed je handen en reinig oppervlakten die veelvuldig worden aangeraakt.

Specifiek materiaal die het kind bij zich houdt als troost kan maar mag niet vermengd worden met speelgoed van de opvang of door andere kindjes gebruikt worden. Na gebruik door het kind berg je het speelgoed apart op.

Contact met ouders en kwetsbare gezinnen

Ouders mogen tijdelijk niet binnen in de opvang. Een ‘babbel ‘ is nodig om vertrouwen te winnen. Bedenk welke alternatieven voor jou haalbaar zijn; een virtuele rondleiding, een gesprek in de tuin met social distancing,…

Hoe heb je aandacht voor kwetsbare gezinnen en kinderen met specifieke zorgbehoefte?
Enkele tips:

  • Probeer contact te houden met de ouders die je al een tijdje niet meer gezien hebt in jouw opvang. Kwetsbare gezinnen hebben vaak angst om terug te komen.
  • Zoek bondgenoten: het lokale team van Kind en Gezin, Huis van het Kind, OCMW…
  • Wees flexibel (opvangplannen, openingsuren, enz)
  • Bekijk de aanpak van kinderen met een specifieke zorgbehoefte met ouders,…

Bezoek van de verantwoordelijke aan je opvang

Een verantwoordelijke kan een bezoek brengen mits voldaan aan de voorwaarden: op veilige afstand (met kinderen en medewerkers), met mondmasker, zo veel mogelijk buiten, vermijd de speel- en leefruimte.

Bezoek van derden aan de opvang

Vermijd onnodige bezoeken van andere volwassenen aan de opvang. Als het echt moet kunnen andere volwassenen (loodgieter, elektricien,… ) komen mits voldaan aan de voorwaarden: op veilige afstand, met mondmasker. 

Als klussen tijdens de openingsuren moet, ga op dat ogenblik met de kinderen naar buiten en reinig nadien zo nodig de oppervlakken.  Vermijd het doorbreken van de bubbel door externen.

Ziektesymptomen en ziekte

De absolute richtlijn is dat kinderen en volwassenen die ziek zijn niet aanwezig mogen zijn in de kinderopvang. Ouders moeten hun zieke kinderen thuis houden. Een zieke onthaalouder werkt niet.

Mogen kinderen met koorts komen naar de opvang? Bij kinderen is enkel acute koorts zonder duidelijke oorzaak voldoende om de diagnose van COVID-19 te overwegen tijdens een epidemie. Ouders houden hun ziek kind thuis, minstens 7 dagen en tot de symptomen van de ziekte verdwenen zijn.

Bij koorts vanaf 38° moet je steeds een arts consulteren. COVID-19 symptomen zijn moeilijk in te schatten bij zeer jonge kinderen. Ze kunnen het immers nog niet zeggen, tonen of duidelijk benoemen. Het is dus onduidelijk of er al dan niet sprake is van reukverlies, smaakverlies, pijn op de borst, keelpijn, hoofdpijn, spierpijn hebben, plots vallen, vermoeid of verward zijn. Er zijn amper objectieve parameters die effectief waarneembaar zijn. Koorts is er wel één (naast waterige diarree, hoest, lopende/verstopte neus, niezen of vermagering). Het doet vaak een belletje rinkelen als er verder geen andere oorzaak is (zoals een vaccinatie of een andere ziekte).

Moet je bij alle kinderen de lichaamstemperatuur extra opvolgen? Neen, dat is niet nodig. Je hoeft deze dus niet standaard bij aankomst in de opvang of tussendoor te meten. Dit is een zinloze handeling die veel tijd in beslag neemt en bovendien erg vervelend is voor de kinderen. Enkel bij ongerustheid meet je de lichaamstemperatuur op, zoals voorheen.

Wie geeft advies bij een besmetting of hoogrisicocontact in de kinderopvang?
Je volgt in dat geval het advies van de Arts van Opgroeien op. In sommige gevallen kan het zijn dat deze in overleg met de behandelende (huis)arts zijn/haar advies formuleert.

Mag een kinderbegeleider met hoog-risicocontact verder werken?

De standaardmaatregel is: de kinderbegeleider gaat 14 dagen in thuisisolatie

Uitzonderlijke maatregel: voor personen die een essentieel beroep uitoefenen zoals zorgverleners is werken uitzonderlijk toegestaan indien dit noodzakelijk is om de continuïteit van de dienst te waarborgen, mits alle nodige veiligheidsmaatregelen strikt toegepast worden.

Risico-contacten

Een contactonderzoeker neemt contact op met iedereen die in nauw contact kwam met een besmet persoon. De contactonderzoeker maakt een onderscheid tussen hoog-risico contact en laag-risico contact.

Als je je zorgen maakt over een mogelijks hoog-risico contact, kan je je huisarts contacteren.

Wat is een hoog-risico contact?

  1. Een persoon die in contact kwam met een COVID-19 patiënt gedurende minstens 15 minuten bij een afstand van minder dan 1,5 meter, bijvoorbeeld: in een gesprek (met of zonder stoffen masker)
  2. Een persoon die meer dan 15 minuten in dezelfde ruimte/kamer was met een COVID-19 patiënt op een afstand van minder dan een 1,5 meter of waarbij voorwerpen werden gedeeld:
    1. betreft steeds alle huisgenoten (ongeacht de leeftijd).
    2. betreft de leefgroep of contactbubbel (kind én kinderbegeleider)
  3. een persoon die direct fysiek contact heeft gehad met een COVID-19 patiënt (vb. knuffel, kus).

Maatregelen in de opvang na vaststelling van en hoog risico contact:

  • Waarschuw je verantwoordelijke.
  • Je wordt gecontacteerd door een contactonderzoeker ofwel contacteer je een arts van Opgroeien
  • Per situatie zal de arts inschatten welke precieze maatregelen je moet nemen.
  • Volg steeds de maatregelen van de arts!

Wat is een laag-risico contact?

Een persoon die minder dan 15 minuten contact had met een COVID-19 patiënt binnen een afstand van 1,5 meter bv. een besmette ouder die haar kind kwam ophalen, een vriendin waarmee je ging wandelen en jullie een mondmasker droegen en social distancing naleefden.

Maatregelen na vaststelling van een laag-risico contact:

  • Je moet extra waakzaam zijn gedurende 14 dagen na het laatste contact met de zieke.
  • Blijf alle algemene veiligheidsmaatregelen nemen (handhygiëne, hoesten in elleboog,…)
  • Beperk je sociale contacten. Je hoeft niet in strikte isolatie te blijven.
  • Draag buitenshuis steeds een stoffen mondmasker en houd 1,5 meter afstand van anderen.
  • Draag in de opvang een masker. Het kind hoeft geen masker aan te doen als laagrisico-contact en kan verder naar de opvang blijven komen.

Wat doet de dienst:

Als jij, één van je huisgenoten of onthaalkinderen ziek is, positief test op Corona of een hoog-risico contact had, dan raadpleeg je de huisarts/raadplegen de ouders de huisarts en verwittig je je verantwoordelijke. De huisarts beslist of er moet overgegaan worden tot een test.

Bij een positieve test neemt de verantwoordelijke contact op met de arts van ‘Opgroeien’ (Kind en Gezin). Deze arts bepaalt welke maatregelen moeten genomen worden.

De arts van Opgroeien beslist steeds afhankelijk van de context, zoals de mate waarin de contactbubbel reeds werd doorbroken, je gezinscontext, … Daarom kunnen de richtlijnen verschillen per situatie.

Zorgen voor de gezondheid en de veiligheid van de kinderen is een belangrijke vergunningsvoorwaarde. Je bent dan ook verplicht om de richtlijnen van de arts op te volgen. 

Zorg voor een veilige en hygiënische omgeving

Blijf de bestaande hygiënemaatregelen toepassen, ook jouw gezinsleden.

We vatten nog even samen:

  • Hanteer een goede hygiëne bij niezen, hoesten en snuiten (papieren zakdoek of in de elleboog, vermijd handen geven en nauw contact)
  • Hanteer een goede handhygiëne
  • Was je handen regelmatig met water en vloeibare zeep, zeker na elk verzorgingsmoment. Te weinig tijd om handen te wassen, gebruik een handalcoholgel
  • Laat ook de kinderen de handen wassen.
  • Draag geen ringen, armbanden, horloges en kunstnagels
  • Kies voor korte nagels zonder nagellak
  • Zorg dat je mouweinden niet te lang zijn

Onderhoud de leef- en rustruimtes

  • Reinig met water en allesreiniger
  • Reinig dagelijks vooral de oppervlakten die je veelvuldig aanraakt zoals deurklinken, handvaten, leuningen van eetstoelen, speelmatten, …
  • Gebruik bij voorkeur voor elk kind een eigen thermometer. Ontsmet de thermometer na ieder gebruik (eerst reinigen)
  • Verlucht de opvangruimtes regelmatig gedurende een vijftal minuten

EXTRA INFO – FACESHIELS zijn niet nodig

Het dragen van een faceshield (plexiglas gezichtsscherm) is minder veilig in de omgang met jonge kinderen. Het zorgt ervoor dat de vochtdruppels niet in de lucht zweven, maar op je borst vallen. Het faceshield is daarom enkel gepast in situaties van social distancing (bijvoorbeeld: een leerkracht die lesgeeft). Bij nauwere contacten met kinderen is dit minder veilig dan een mondmasker.  

Gepubliceerd op vrijdag 12 juni 2020 8.30 u.