Stad Oostende zet extra in op voorkomen van dakloosheid

Met het 'Fonds ter Bestrijding van Uithuiszettingen' wil de Vlaamse overheid lokale besturen ondersteunen in de strijd tegen armoede. Dit is noodzakelijk, want ook in Oostende lopen jaarlijks zo'n 300 gezinnen een verhoogd risico op dakloosheid.

Stad Oostende maakte van armoedebestrijding in Oostende dé prioriteit voor deze legislatuur. De Stad ontwikkelde een armoedebestrijdingsplan met 35 actiepunten om in de komende jaren te realiseren. 'Samen woonproblemen zo vroeg mogelijk detecteren en uithuiszetting voorkomen' is één van de actiepunten. Want elk jaar hebben in onze stad zo’n 300 gezinnen problemen om hun huur te betalen. Hierdoor stijgt het risico op uithuiszetting door de vrederechter. De Vlaamse overheid wil de lokale besturen ondersteunen in de strijd tegen deze vorm van armoede en lanceert daarom het 'Fonds ter Bestrijding van Uithuiszettingen'. Stad Oostende stapt van bij de start mee in het project.

Steun én begeleiding

Sinds 1 juni kan dit Fonds aangesproken worden. Voor mensen met een laag inkomen is de woonkost een grote hap uit het budget. Banken hanteren vaak de regel dat de woonkost niet hoger mag zijn dan één derde van het inkomen. In de praktijk zien we bij mensen in armoede een andere realiteit. Elke maand opnieuw moeten ze de betaling van de huur afwegen tegen andere uitgaven voor het gezin. Als het water aan de lippen staat en uithuiszetting dreigt, wordt het OCMW altijd op de hoogte gebracht. In veel gevallen is het dan echter al te laat om zinvolle stappen te zetten.

Het Fonds vangt een stuk van de huurachterstal op, zodat er een opening kan blijven om te bemiddelen tussen huurder en eigenaar. Stad Oostende neemt hierin een sleutelrol op en engageert zich tot een traject van minstens 12 maanden met het oog op een duurzame oplossing. In ruil ziet de verhuurder af van verdere juridische stappen. Zo kunnen de mensen in armoede extra ondersteund worden met hun woonproblemen.

Huurachterstal van minstens 2 maanden

Concreet betekent dit dat elke Oostendenaar met een huurachterstal van minstens 2 maanden zich voortaan kan aanmelden voor een aanvraag tot bemiddeling. Elke aanvraag wordt behandeld door het OCMW. Een sociaal onderzoek door een maatschappelijk werker wijst uit of het Fonds ingezet kan worden. Is dit het geval, dan wordt een overeenkomst gesloten tussen de betrokken huurder, de verhuurder en het OCMW. Hierbij worden een aantal afspraken vastgelegd: die zijn op maat, maar houden altijd een afbetalingsplan in en een opvolgingstraject van minimum 12 maanden.

Gepubliceerd op woensdag 17 juni 2020 0.00 u.