Procedure grensoverschrijdend gedrag

Regelgeving

BVR 22 november 2013 (BS 13 januari 2014)

Onderafdeling 5. Crisis en grensoverschrijdend gedrag

Art 28 De organisator heeft een procedure grensoverschrijdend gedrag en meldt elke situatie van grensoverschrijdend gedrag zo snel mogelijk aan Kind en Gezin.

In het eerste lid wordt verstaan onder grensoverschrijdend gedrag: een situatie waarin een kind in relatie tot een persoon die aanwezig is tijdens de kinderopvang, slachtoffer is of dreigt te worden van bedreigingen of geweld.

De procedure grensoverschrijdend gedrag legt vast hoe grensoverschrijdend gedrag gedetecteerd wordt, hoe er gepast op gereageerd kan worden en hoe aan preventie kan gedaan worden.

Doelstelling

Algemeen

  1. De voorziening heeft een definitie van wat er beschouwd wordt als grensoverschrijdend gedrag t.a.v. kinderen
  2. De gezinnen weten wat door de voorziening als grensoverschrijdend gedrag wordt gedefinieerd.
  3. De medewerkers/kinderbegeleiders weten wat door de voorziening als grensoverschrijdend gedrag wordt gedefinieerd en hebben kennis van wat zorgwekkende signalen bij een kind en / of medewerker kunnen zijn.

Preventie

  1. De voorziening staat open en is alert voor signalen. (open preventiecultuur)
  2. De gezinnen weten aan wie ze signalen en/of vermoeden van grensoverschrijdend gedrag kunnen melden
  3. De kinderbegeleiders herkennen signalen en weten aan wie ze signalen en/of vermoedens van grensoverschrijdend gedrag kunnen melden.
  4. Als voorziening anticipeer ik consequent op risicofactoren.

Detectie en aanpak

  1. Signalen, vermoedens van en/of grensoverschrijdend gedrag worden door de voorziening adequaat ontvangen en onderzocht.
  2. De medewerkers weten hoe een vermoeden van grensoverschrijdend gedrag door de voorziening wordt aangepakt.
  3. De voorziening past de procedure consequent toe.

Werkwijze

Wat?

Elke situatie waar een kind

  • in relatie met een opvoedingsverantwoordelijke of
  • in een vertrouwelijke relatie of
  • in een gezagsrelatie met een volwassene

het slachtoffer is of dreigt te worden van bedreigingen en/of van geweld, is

  • een risico op kindermishandeling én
  • een reden tot bezorgdheid.

De bedreigende en gewelddadige aard van de interactie met het kind staat centraal, los van de passieve of actieve betrokkenheid van de minderjarige.
Ook schade die nog niet wordt opgelopen, maar wel dreigt te worden opgelopen, wordt in rekening genomen.
Zo lopen kinderen die getuige zijn van geweld, ernstig risico op psychotrauma.

Er worden verschillende vormen onderscheiden:

Mishandeling

  • ­ Lichamelijke mishandeling: als ouders, verwanten of opvoeders een kind lichamelijke letsels toebrengen, bv. SIS (Shaken Infant Syndrome).
  • ­ Emotionele mishandeling: als ouders/opvoeders niet op de juiste manier reageren op de emotionele behoeften van een kind (steun, veiligheid en geborgenheid).

Verwaarlozing

  • ­ Lichamelijke verwaarlozing: als ouders/opvoeders niet of onvoldoende ingaan op de basisbehoeften van een kind (kleding, voeding, hygiëne, medische verzorging, slaap).
  • ­ Emotionele verwaarlozing: als een kind niet de gepaste aandacht of genegenheid krijgt. Ook kinderen die getuige zijn van geweld.

Misbruik

  • ­ Seksueel misbruik: als een kind betrokken wordt in seksuele intimiteiten en activiteiten die de grenzen van zijn ontwikkeling en leeftijd overschrijden.

Grensoverschrijdend gedrag ten aanzien van kinderen

Grensoverschrijdend gedrag ten aanzien kan kinderen kan door verschillende personen gepleegd worden. We maken hier een onderscheid tussen grensoverschrijdend gedrag door

  • ­ de onthaalouder of een gezinslid van de onthaalouder ten aanzien van het kind
  • ­ de ouder(s) ten aanzien van het kind

Signalen

  • Signalen bij het kind

We maken een onderscheid tussen lichamelijke signalen en psychosociale signalen. Alsook een opsomming van zowel lichamelijke en psychosociale signalen specifiek voor seksueel misbruik.

   Lichamelijke signalen 

Psychosociale signalen

 

MishandelingVaak voorkomende en/of ongewone kwetsuren. Letsels die niet passen bij de leeftijd van het kind.
  • Schaafwonden
  • Snij- of steekwonden
  • Krab- of bijtwonden
  • Brandwonden
  • Oorletsel
  • Oogletsel
  • Blauwe plekken
  • Breuken
  • Littekens

Shaken infant syndroom of niet-accidenteel intracranieel Letsel

Signalen die wijzen op ‘stress’: grensoverschrijdend gedrag veroorzaakt ernstige stress welke aantoonbare nadelige gevolgen heeft voor de ontwikkeling van het kind

  • Buikpijn
  • Hoofdpijn
  • Braken
  • Groeiachterstand
  • Gewichtsverlies
  • Zindelijkheidsproblemen
  • verstijfde lichaamshouding
  • slaapstoornissen
  • eetstoornissen
  • vaak ziek
  • geen goed herstel
 

Algemeen gedragsmatige signalen

  • Onverklaarbare veranderingen in het gedrag van het kind
  • Het kind trekt zich enorm terug; lusteloos, staren, passief, apathisch

concentratiestoornissen

  • Het kind is zeer angstig of zeer angstig voor (bepaalde) volwassenen
  • Onaangepast gedrag
  • Geen leeftijdsadequaat gedrag
  • Somber, depressief
  • Toont geen gevoelens of pijn, niet huilen, niet lachen, vlakke emoties
  • Faalangst
  • Gebrek aan interesse en motivatie
  • Concentratie- en aandachtsproblemen
  • Gebrekkig lichaamsbeeld
  • Terugval in schoolprestaties
  • Dromen
  • Labiel
  • Hyperactief
  • Nerveus
  • Agressief
  • Zelf verwondend gedrag
  • Regressief gedrag

Ontwikkelingsstoornissen

  • Achterstand in taal-, spraak-, motorische, emotionele en/of cognitieve ontwikkeling

Beperkt taalgebruik of overmatig inhoudsloos taalgebruik

 

 

  Lichamelijke signalen 

Psychosociale signalen

 

Verwaarlozing 

Signalen die wijzen op onvoldoende/inadequate verzorging

  • Ernstige luieruitslag
  • Oververmoeidheid
  • Onaangepaste kledij
  • Veel ongevallen door onvoldoende toezicht
Relationele problemen

 

  • Afkering van lichamelijk contact
  • Weigering van het kind om zich medisch te laten onderzoeken
  • Vermijden van relatievorming
  • Hechtingsproblemen (problemen in de affectieve band en geborgenheid)
  • Verwerping door leeftijdsgenoten
  • Speelt niet met andere kinderen
  • Niet huilen bij ernstige verwonding
  • Teruggetrokken, angstig
  • Overdreven aanhankelijk
  • Allemansvriend
  • Vermijden van oogcontact
  • Seksueel dwingend gedrag ten aanzien van andere kinderen
  • Wantrouwen
  • Waakzaam
  • Overdreven drang naar affectie
  • Kind vertoont ander gedrag wanneer bepaalde personen in de buurt zijn
seksueel misbruik
  • Blauwe plekken
  • Vingerafdrukken
  • Afscheiding uit de vagina
  • Bloedverlies uit vagina of anus
  • Jeuk bij vagina of anus
  • Roodheid bij vagina of anus
  • Pijn ter hoogte van de bovenbenen
  • Seksueel overdraagbare ziekten
 
  • Angst om zich uit te kleden
  • Schrikken bij aanraking
  • Angst om op de rug te liggen
  • Ongewone kennis van seksualiteit gezien jonge leeftijd
  • Extreem seksueel gekleurd gedrag
  • Spelletjes of tekeningen die duidelijk seksueel getint zijn
  • Openlijk tonen van genitaliën en/of masturberen
  • Zoekt seksuele toenadering tot volwassenen
  • Terugkerende urinewegontsteking en obstipatie waarvoor geen andere verklaring is
  •  Signalen bij de medewerker/ouder

Een ouder of begeleider die grensoverschrijdend gedrag ten aanzien van een kind vertonen, kunnen bepaalde gedragingen laten zien. Als regioverantwoordelijke moeten we alert zijn voor deze signalen:

  • de ouder of begeleider troost het kind niet bij het huilen
  • de ouder of begeleider klaagt overmatig over (hun) kind
  • de ouder of begeleider heeft irreële verwachtingen van het kind
  • de ouder of begeleider toont weinig belangstelling voor een bepaald kind

Andere signalen die alarmerend kunnen zijn:

  • Geweld in het eigen verleden
  • Apathisch en (schijnbaar) onverschillig
  • Onzeker, nerveus en gespannen
  • Onderkoeld brengen van eigen emoties
  • Negatief zelfbeeld
  • Afspraken niet nakomen
  • Aangeven – het bijna niet meer aan te kunnen –problemen met draagkracht
  • Begeleider met psychische problemen

Risicofactoren

Dit zijn factoren die een verhoogd risico op grensoverschrijdend gedrag leveren omdat het kind niet in het verwachtingspatroon van de kinderbegeleider of ouder ligt of omdat het kind gedrag vertoont waar de kinderbegeleider of ouder niet mee om kan gaan. Het is belangrijk om deze risicofactoren te kennen zodat er preventief grensoverschrijdend gedrag voorkomen kan worden.

Op niveau van het kind

  • Kind huilt veel
  • Kind met speciale zorgbehoefte
  • Kind met ontwikkelingsstoornis
  • Kind met handicap
  • Gedrag- en emotionele problemen
  • Onaantrekkelijk kind (door een slechte verzorging, medische aandoening, handicap,…)

Op niveau van de kinderbegeleider of ouder

  • Problemen in interactie
  • Onrealistische verwachtingen naar het kind toe
  • Slecht contact met collega’s
  • Zeer jonge ouder of kinderbegeleider
  • Verslavingen
  • Lage of onvoldoende opleiding
  • Psychiatrische problemen
  • Gezondheidsproblemen
  • Voorgeschiedenis van grensoverschrijdend gedrag
  • Ernstige problemen in de privésfeer

Preventie

Het is belangrijk om grensoverschrijdend gedrag te voorkomen. Als dienst proberen wij daar op verscheidene manieren mee om te gaan.

  • Op het niveau van de kinderbegeleiders

Bij de selectie van nieuwe kinderbegeleiders worden de kandidaten gescreend op risicofactoren.

    • Melding op het uittreksel van het strafregister?
    • Bij de selectie moet een kandidaat een attest van ‘medische geschiktheid’ bezorgen, zowel fysisch als psychisch moet een kandidaat geschikt bevonden worden door een arts.
    • Regioverantwoordelijke zijn alert voor signalen bij de eerste kennismakingsbezoeken.
    • Er worden interviews afgenomen waarbij er naar hun voorgeschiedenis en verleden gepeild wordt.

Kinderbegeleiders gezinsopvang die voor onze dienst werken krijgen ondersteuning en begeleiding door:

    • deel te nemen aan vormingen: mogelijke onderwerpen zijn ‘definitie, detectie en aanpak van grensoverschrijdend gedrag’, ‘communicatie met ouders en kinderen’, ‘signalen en risicofactoren herkennen en bespreken’.
    • regelmatige huisbezoeken door de regioverantwoordelijke waarbij concrete probleemsituaties en signalen worden besproken met aanwijzingen voor de aanpak
    • steeds tijd en ruimte te voorzien om gevoelens te laten uiten in een sfeer van acceptatie en discretie
  • Op het niveau van de ouders

Bij inschrijving op de wachtlijst, definitieve inschrijving en andere contacten met de ouders zijn de regioverantwoordelijken steeds alert. Ouders die laten blijken dat ze omwille van sociale of pedagogische motieven opvang nodig hebben, gaan we proberen zo snel mogelijk opvang te bieden en geven we advies om bepaalde instanties te raadplegen waar de ouders hulp en ondersteuning kunnen krijgen.

Kinderbegeleiders die met een bezorgdheid zitten, worden serieus genomen, regioverantwoordelijken wachten niet om kinderen te gaan observeren of aanwezig te zijn tijdens haal- en brengmomenten van de ouder.

De regioverantwoordelijke brengt op regelmatige basis huisbezoeken bij de kinderbegeleiders en observeert op die momenten elk kind.

Aanpak

Het is belangrijk dat wij als regioverantwoordelijke voor het kind opkomen. We zijn steeds alert en proberen om te voorkomen dat er grensoverschrijdend gedrag gesteld wordt, maar het is onze taak om de meest kwetsbare groep te beschermen. Van zodra een vermoeden van grensoverschrijdend gedrag vastgesteld is, wordt een procedure opgesteld en gevolgd tot er een oplossing is.

We hebben twee procedures uitgewerkt en maken hierbij opnieuw een onderscheid tussen grensoverschrijdend gedrag door een kinderbegeleider enerzijds en door een ouder anderzijds.