Procedure grensoverschrijdend gedrag

Gezinsopvang Kwaliteitshandboek    
 

 3.             Kwaliteitsmanagementsysteem          

3.3. Procedures en processen

3.3.1      Crisis en grensoverschrijdend gedrag

B  Grensoverschrijdend gedrag ten aanzien van kinderen

  
   VerantwoordelijkeDominique Croo
  DatumFebruari 2021

1. Regelgeving

Decreet houdende de organisatie van kinderopvang van baby's en peuters

Artikel 6

§1. De organisator voldoet voor zijn kinderopvanglocatie minstens aan alle voorwaarden met betrekking tot:

3° de omgang met de kinderen en de gezinnen, waaronder minstens:

a) het respecteren van de fysieke en de psychische integriteit van elk kind

Besluit van de Vlaamse Regering houdende de vergunningsvoorwaarden en het kwaliteitsbeleid voor Gezinsopvang en groepsopvang van baby's en peuters (Vergunningenbesluit van 22 november 2013)

Artikel 28

De organisator heeft een procedure grensoverschrijdend gedrag en meldt elke situatie van grensoverschrijdend gedrag zo snel mogelijk aan Kind en Gezin. In het eerste lid wordt verstaan onder grensoverschrijdend gedrag: een situatie waarin een kind in relatie tot een persoon die aanwezig is tijdens de kinderopvang, slachtoffer is of dreigt te worden van bedreigingen of geweld. De procedure grensoverschrijdend gedrag legt vast hoe grensoverschrijdend gedrag gedetecteerd wordt, hoe er gepast op gereageerd kan worden en hoe aan preventie kan worden gedaan.

Artikel 30

Overeenkomstig artikel 6, § 1, 3°, a) en b), van het decreet van 20 april 2012, voldoet de organisator voor zijn kinderopvanglocatie minstens aan alle voorwaarden met betrekking tot de omgang met de kinderen en de gezinnen, waaronder minstens het respecteren van de fysieke en psychische integriteit van elk kind en het niet discrimineren van kinderen en gezinnen.

Artikel 40

§2. De organisator heeft de volgende documenten over de verantwoordelijke:

1° een uittreksel uit het strafregister overeenkomstig artikel 6, § 4, eerste lid, van het decreet van 20 april 2012

2° een attest van medische geschiktheid overeenkomstig   artikel 6, § 4, tweede lid, van het decreet van 20 april 2012. Uit dat attest blijkt dat de persoon geen fysieke en psychische beperking of aandoening heeft die de opgevangen kinderen in gevaar kan brengen, meer bepaald:...

Als daar een gegronde indicatie voor is, kan Kind en Gezin gemotiveerd verzoeken om op een bepaald tijdstip een document te vernieuwen. De organisator zorgt ervoor dat een aanvulling op het uittreksel, vermeld in het eerste lid, 1°, onmiddellijk doorgegeven wordt door de verantwoordelijke aan de organisator.

Artikel 43

§2. De organisator heeft de volgende documenten over de kinderbegeleider:

1° een uittreksel uit het strafregister overeenkomstig artikel 6, § 4, eerste lid, van het decreet van 20 april 2012;

2° een attest van medische geschiktheid overeenkomstig artikel 6, § 4, tweede lid, van het decreet van 20 april 2012. Uit dat attest blijkt dat de persoon geen fysieke en psychische beperking of aandoening heeft die de opgevangen kinderen in gevaar kan brengen, meer bepaald: ...

Als daar een gegronde indicatie voor is, kan Kind en Gezin gemotiveerd verzoeken om op een bepaald tijdstip een document te vernieuwen. De organisator zorgt ervoor dat een aanvulling op het uittreksel, vermeld in het eerste lid, 1°, onmiddellijk doorgegeven wordt door de kinderbegeleider aan de organisator.

Artikel 45

De organisator heeft de volgende documenten over de andere personen die in de kinderopvanglocatie direct contact hebben met de opgevangen kinderen:

1° een uittreksel uit het strafregister overeenkomstig artikel 6, § 4, eerste lid, van het decreet van 20 april 2012;

2° een attest van medische geschiktheid overeenkomstig artikel 6, § 4, tweede lid, van het decreet van 20 april 2012. Uit dat attest blijkt dat de meerderjarige persoon met regelmatig direct contact   en de minderjarige persoon die werkt in de kinderopvang of er stageloopt, geen fysieke en psychische beperking of aandoening heeft die de opgevangen kinderen   in gevaar kan brengen, meer bepaald:...

Als daar een gegronde indicatie voor is, kan Kind en Gezin gemotiveerd verzoeken om op een bepaald tijdstip een document te vernieuwen. De organisator zorgt ervoor dat een aanvulling op het uittreksel, vermeld in het eerste lid, 1°, onmiddellijk doorgegeven wordt door de persoon aan de organisator.

 2. Doelstellingen procedure GOG ten aanzien van kinderen

 2.1 De procedure grensoverschrijdend gedrag legt de definitie van grensoverschrijdend gedrag vast (doelstelling1)

  • De voorziening heeft een definitie van wat er beschouwd wordt als grensoverschrijdend gedrag t.a.v. kinderen.
  • De KB/medewerkers/ouders weten wat door de voorziening als grensoverschrijdend gedrag wordt gedefinieerd (procedurekaart – HHR).

2.2. De procedure grensoverschrijdend gedrag legt de risicofactoren vast die kunnen wijzen op GOG.
De procedure grensoverschrijdend gedrag legt de signalen vast die wijzen op GOG. (Doelstelling 2)

  • De KB/voorziening kent de risicofactoren.
    De KB/voorziening kent de signalen.

 2.3 De procedure grensoverschrijdend gedrag legt vast hoe de procedure grensoverschrijdend gedrag gecommuniceerd wordt. (Doelstelling 3)

  • Communicatie KB
  • Communicatie ouders
  • Communicatie met andere personen die in de opvang in direct contact komen met opvangkinderen (medewerkers)

2.4 De procedure grensoverschrijdend gedrag legt vast hoe grensoverschrijdend gedrag preventief kan worden aangepakt. (Doelstelling 4)

  • Screenen van de KB op risicofactoren bij de selectie
  • Open communicatie rond GOG
  • Ondersteuning en begeleiding, huisbezoeken en vormingen
  • Screenen van personen die in de opvang direct contact hebben met de opvangkinderen
  • Aandacht voor de gezinnen bij inschrijving en andere contacten
  • Kennis hebben van wat (zorgwekkende) risicofactoren bij een kind kunnen zijn.
  • Als voorziening/KB anticipeer ik consequent op risicofactoren.
  • De voorziening staat open en is alert voor risicofactoren. (Open preventiecultuur)

2.5  De procedure grensoverschrijdend gedrag legt vast hoe grensoverschrijdend gedrag gedetecteerd wordt. (Doelstelling 5)

Signalen

  • Signalen, vermoedens van en/of grensoverschrijdend gedrag worden door de voorziening adequaat ontvangen en onderzocht. (Open detectiecultuur)
    meldingsformulier - observatieformulier – klachtenprocedure
  • De gezinnen weten aan wie ze signalen en/of vermoeden van grensoverschrijdend gedrag kunnen melden.
    meldingsformulier – klachtenprocedure
  • De KB/medewerkers weten aan wie ze signalen en/of vermoeden van grensoverschrijdend gedrag kunnen melden.

2.6. De procedure grensoverschrijdend gedrag legt vast hoe grensoverschrijdend gedrag wordt aangepakt. (Doelstelling 6)

  • De KB/medewerkers/ouders weten hoe een vermoeden van grensoverschrijdend gedrag door de voorziening wordt aangepakt.(vgl. Klachtenprocedure)
  • De voorziening past de procedure consequent toe.

3. Definitie GOG ten aanzien van kinderen (Doelstelling 1)

Elk bedreigend of gewelddadig gedrag met zowel actieve als passieve betrokkenheid van het kind, van lichamelijke, emotionele en/of seksuele aard, en dit door een volwassenen die in een vertrouwens- en/of gezagsrelatie staat met het kind en waardoor schade wordt berokkend of dreigt berokkend te worden aan het kind.

 Een persoon met vertrouwensrelatie of gezagsrelatie - die aanwezig is tijdens de kinderopvang

  • KB
  • Inwonende
  • Stagiair
  • Al dan niet toevallige aanwezigen

Een persoon met vertrouwensrelatie of gezagsrelatie 

  • Ouder
  • Voogd
  • Familielid
  • Opvoeder
  •  …

Slachtoffer zijn of dreigen te worden van bedreigingen en/of van geweld =
De bedreigende en gewelddadige aard van de interactie met het kind staat centraal.
Het kind kan zowel actief als passief betrokken zijn. De gevolgen van passieve betrokkenheid zijn vergelijkbaar met de gevolgen van actieve betrokkenheid.  Zowel actieve als passieve betrokkenheid zijn een aantasting van de basisvoorwaarden van het bestaan.  Veiligheid, zelfvertrouwen, contacten met leeftijdsgenoten en vertrouwen in anderen komen in het gedrang.
In die context wordt ook schade die nog niet wordt opgelopen, maar wel dreigt te worden opgelopen, in rekening genomen (bijv. ook kinderen die getuige zijn van geweld lopen een ernstig risico op psychotrauma).

Er worden verschillende vormen van grensoverschrijdend gedrag onderscheiden (bron: Kind en Gezin, brochure grensoverschrijdend gedrag):
Vaak zijn de grenzen tussen de verschillende vormen van grensoverschrijdend gedrag vaag en overlappen ze elkaar.
Grensoverschrijdend gedrag varieert van grof geweld, zoals mishandeling en seksueel misbruik, tot subtieler gedrag, zoals een bepaalde opmerking of blik. Deze subtielere handelingen zijn natuurlijk voor iedereen anders te interpreteren, en voor een buitenstaander valt het soms niet eens op. Om vast te stellen of bepaald gedrag grensoverschrijdend is, is het daarom van belang om te kijken vanuit het oogpunt van het slachtoffer, niet van de dader.

Mishandeling

  • Lichamelijke mishandeling: wanneer ouders, verwanten of opvoeders een kind lichamelijke letsels toebrengen (bijv. shaken infant syndroom)
  • Emotionele/psychische mishandeling: wanneer KB/medewerkers inadequaat reageren op emotionele behoeften van een kind (steun, veiligheid & geborgenheid). Het (on)opzettelijk en herhaaldelijk kwetsende of ongewenste opmerkingen maken, bespotten, negeren, uitschelden, kleineren, buitensluiten, …) Verbale mishandeling. Een ongelijkwaardige behandeling op basis van afkomst, geslacht, beperking of religie, valt hier ook onder.

Verwaarlozing

  • Lichamelijke verwaarlozing: wanneer niet of onvoldoende wordt ingegaan op de basisbehoeften van een kind (kleding, voeding, hygiëne, medische verzorging, slaap, ...)
  • Emotionele verwaarlozing: wanneer een kind geen gepaste aandacht of genegenheid krijgt of getuige is van geweld.

Misbruik

  • Seksueel misbruik: wanneer een kind betrokken wordt in seksuele intimiteiten en activiteiten die de grenzen van zijn ontwikkeling en leeftijd overschrijden.  

 4. Risicofactoren en Signalen (doelstelling 2)

4.1 Risicofactoren

Risicofactoren zijn factoren die een verhoogd risico op grensoverschrijdend gedrag kunnen opleveren omdat het kind niet in het verwachtingspatroon van de kinderbegeleider of ouder ligt of omdat het kind gedrag vertoont waar de kinderbegeleider of ouder niet mee om kan gaan. Het is belangrijk om deze risicofactoren te kennen zodat er preventief grensoverschrijdend gedrag voorkomen kan worden.

4.1.1 Risicofactoren op niveau van het kind die slachtoffer dreigt te worden van GOG

  • Kind huilt veel
  • Kind met speciale zorgbehoefte
  • Kind met ontwikkelingsstoornis
  • Kind met handicap
  • Gedrag- en emotionele problemen
  • Onaantrekkelijk kind (door een slechte verzorging, medische aandoening, handicap,)

4.1.2 Risicofactoren op niveau van de KB/medewerker – ouder/opvoeder/voogd die GOG ten aanzien van kinderen kunnen vertonen

Er zijn ook risicofactoren die aanwezig kunnen zijn bij de KB/medewerker/ouder en die een verhoogd risico op het vertonen van GOG ten aanzien van kinderen kunnen opleveren.

  • Problemen in interactie
  • Onrealistische verwachtingen naar het kind toe
  • Slecht contact met collega’s/anderen
  • Zeer jong
  • Verslavingen
  • Lage of onvoldoende opleiding
  • Psychiatrische problemen
  • Gezondheidsproblemen
  • Voorgeschiedenis van grensoverschrijdend gedrag
  • Ernstige problemen in de privésfeer

4.2 Signalen (doelstelling 2)

4.2.1. Signalen die een kind kan vertonen wanneer het slachtoffer wordt van GOG

We maken een onderscheid tussen lichamelijke signalen en psychosociale signalen. Alsook een opsomming van zowel lichamelijke en psychosociale signalen specifiek voor seksueel misbruik.         

MISHANDELING 
Lichamelijke signalenPsychosociale signalen

 

Vaak voorkomende en/of ongewone kwetsuren.

Letsels die niet passen bij de leeftijd van het kind.

- Schaafwonden

- Snij- of steekwonden

- Krab- of bijtwonden

- Brandwonden

- Oorletsel

- Oogletsel

- Blauwe plekken

- Breuken

- Littekens

Shaken infant syndroom of niet-accidenteel intracranieel Letsel

Signalen die wijzen op ‘stress’: grensoverschrijdend gedrag veroorzaakt ernstige stress welke aantoonbare nadelige gevolgen heeft voor de ontwikkeling van het kind

- Buikpijn

- Hoofdpijn

- Braken

- Groeiachterstand

- Gewichtsverlies

- Zindelijkheidsproblemen

- Verstijfde lichaamshouding

- Slaapstoornissen

- Eetstoornissen

- Vaak ziek

- Geen goed herstel

Algemeen gedragsmatige signalen

- Onverklaarbare veranderingen in het gedrag van het kind

- Het kind trekt zich enorm terug; lusteloos, staren, passief, apathisch
concentratiestoornissen

- Het kind is zeer angstig of zeer angstig voor (bepaalde) volwassenen

- Onaangepast gedrag

- Geen leeftijdsadequaat gedrag

- Somber, depressief

- Toont geen gevoelens of pijn, niet huilen, niet lachen, vlakke emoties

- Faalangst

- Gebrek aan interesse en motivatie

- Concentratie- en aandachtsproblemen

- Gebrekkig lichaamsbeeld

- Terugval in schoolprestaties

- Dromen

- Labiel

- Hyperactief

- Nerveus

- Agressief

- Zelf verwondend gedrag

- Regressief gedrag

Ontwikkelingsstoornissen

 

-   Achterstand in taal-, spraak-, motorische, emotionele en/of cognitieve ontwikkeling

-   Beperkt taalgebruik of overmatig inhoudsloos taalgebruik

VERWAARLOZING 
Lichamelijke signalenPsychosociale signalen

 

Signalen die wijzen op onvoldoende/inadequate verzorging

- Ernstige luieruitslag

- Oververmoeidheid

- Onaangepaste kledij

- Veel ongevallen door onvoldoende toezicht

Relationele problemen

- Afkering van lichamelijk contact

- Weigering van het kind om zich medisch te laten onderzoeken

- Vermijden van relatievorming

- Hechtingsproblemen (problemen in de affectieve band en geborgenheid)

- Verwerping door leeftijdsgenoten

- Speelt niet met andere kinderen

- Niet huilen bij ernstige verwonding

- Teruggetrokken, angstig

- Overdreven aanhankelijk

- Allemansvriend

- Vermijden van oogcontact

- Seksueel dwingend gedrag ten aanzien van andere kinderen

- Wantrouwen

- Waakzaam

- Overdreven drang naar affectie

- Kind vertoont ander gedrag wanneer bepaalde personen in de buurt zijn

SEKSUEEL MISBRUIK 
Lichamelijke signalenPsychosociale signalen

- Blauwe plekken

- Vingerafdrukken

- Afscheiding uit de vagina

- Bloedverlies uit vagina of anus

- Jeuk bij vagina of anus

- Roodheid bij vagina of anus

- Pijn ter hoogte van de bovenbenen

- Seksueel overdraagbare ziekten

 

- Angst om zich uit te kleden

- Schrikken bij aanraking

- Angst om op de rug te liggen

- Ongewone kennis van seksualiteit gezien jonge leeftijd

- Extreem seksueel gekleurd gedrag

- Spelletjes of tekeningen die duidelijk seksueel getint zijn

- Openlijk tonen van genitaliën en/of masturberen

- Zoekt seksuele toenadering tot volwassenen.

- Terugkerende urinewegontsteking en obstipatie waarvoor geen andere verklaring is.

 

4.2.2 Signalen bij de KB/medewerker/- ouder/opvoeder/voogd die GOG ten aanzien van kinderen vertonen

Een KB/medewerker die grensoverschrijdend gedrag ten aanzien van een kind vertonen, kunnen bepaalde gedragingen laten zien. Als regioverantwoordelijke moeten we alert zijn voor deze signalen:

  • De KB/medewerker – ouder/opvoeder/voogd troost het kind niet bij het huilen
  • De KB/medewerker – ouder/opvoeder/voogd klaagt overmatig over (hun) kind
  • De KB/medewerker – ouder/opvoeder/voogd heeft irreële verwachtingen van het kind
  • De KB/medewerker – ouder/opvoeder/voogd toont weinig belangstelling voor een bepaald kind

Andere signalen die alarmerend kunnen zijn:

  • Geweld in het eigen verleden
  • Apathisch en (schijnbaar) onverschillig
  • Onzeker, nerveus en gespannen
  • Koel in het brengen van eigen emoties
  • Negatief zelfbeeld
  • Afspraken niet nakomen
  • Aangeven – het bijna niet meer aan te kunnen –problemen met draagkracht
  • Psychische problemen