2. De kazerne

De site van de kazerne Bootsman Jonsen lag tot laat in de 18de eeuw in agrarisch gebied, net buiten de vesten van Oostende. Het was een rustige, landelijke uithoek van de Sint-Catharinapolder.

Kaart van Oostende binnen de vestingen en omgeving, ca. 1710; het noorden bevindt zich op deze kaart rechts
(SAO/KP/G0095)

Omdat de Stad door een economische bloei uit haar voegen barstte, stond keizer Jozef II in 1781 toe dat de zuidelijke vestingen werden doorbroken. De vrijgekomen terreinen werden verkaveld maar nog niet bebouwd.

Tijdens het Frans bewind liet Napoleon nieuwe strategische bouwwerken rond het Hazegras aanleggen om de zuidelijke stadsuitbreiding te beveiligen. Die werken werden pas in 1827 voltooid. In de Hollandse periode (1815-1830) richtte men het terrein tussen de stad en de zuidoostelijke bastions in als militair complex: er werd een kazerne gebouwd, een militair hospitaal, een centraal legermagazijn, een kruitmagazijn en later nog een magazijn voor de artillerie.

In september 1826 ontplofte het buskruitmagazijn dat was gehuisvest in één van de bastions. Er vielen twaalf doden en de schade in en in de omgeving van de kazerne was aanzienlijk.

Mededeling over de ontploffing van het buskruitmagazijn in Oostende, 1826 (SAO/DW/D020)

Plan van Oostende, ca. 1842 (SAO/KP/G0077)

In 1865 werd de functie van Oostende als vestingstad opgeheven en kon de ontmanteling van de vesten beginnen. Ook na die ontmanteling bleef de zgn. Hazegraskazerne bestaan maar de omgeving errond kreeg de volgende jaren wel een grondige facelift. Ten zuiden werd tussen 1888-1892 het Bois de Boulogne aangelegd (het latere Maria-Hendrikapark) naar de plannen van Duitse landschapsarchitect Edward Keilig. Vanaf 1899 werd, in het kader van de uitbreidingswerken van de haven, de Graaf de Smet de Naeyerlaan aangelegd.

Uitsnit van een plan van Oostende, ca. 1900; het noorden bevindt zich op deze kaart rechts (SAO/KP/F0053)

Deze nieuwe noord-zuid-as van de Hazegraswijk sneed het kazernedomein middendoor. Onder impuls van koning Leopold II werd ten westen van de Graaf de Smet de Naeyerlaan een nieuwe kazerne gepland met integratie van de nog resterende kazernegebouwen (o.a. het hospitaal).

De kazerne vóór de Eerste Wereldoorlog (SAO/FT/B1639)

De kazerne vóór de Eerste Wereldoorlog (SAO/PK/B0872)

In die fase (1908-1911) werd o.a. de officiersmess gebouwd in een neoclassicistische stijl naar de plannen van de befaamde Brugse architect Louis Delacenserie.

Officiersmess, gebouwd in 1911 (SAO/PK/B870)

De officiersmess is beschermd als monument bij ministerieel besluit van 19 februari 2002.

Tot aan de Tweede Wereldoorlog was het 3de Linieregiment, dat veel West-Vlamingen in de rangen telde, er gekazerneerd.

Het 3de en 23ste Linieregiment: schouwing van de troepen (SAO/FT/C5078)

Het 3de en 23ste Linieregiment (SAO/FT/C5080)

Het 3de en 23ste Linieregiment: eedaflegging (SAO/FT/C5081)

In 1932 doopte men de kazerne om tot de kazerne Generaal Mahieu, naar de bevelhebber van het 3de Linieregiment die tijdens de Eerste Wereldoorlog het bevel had gevoerd.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog nam de Duitse bezetter de kazerne in. Na de oorlog werd het een tijdlang door de Britse geallieerden gebruikt als transitkamp tot de in 1946 opgerichte Belgische Naval Sectie van het leger (de latere Belgische Zeemacht) er een onderkomen vond.

Prins Albert bezoekt de zeemacht voor haar tiende verjaardag (SAO/FT/C2447)

In 1956 werd op de site een nieuw gebouw in een internationale moderne stijl opgetrokken om er de mijnenbestrijdingsschool in te huisvesten.

Een parade van de Zeemacht, voor de kazerne (SAO/FT/C2821)

In 1972 veranderde de naam in Kazerne Bootsman Jonsen. De Zeemacht verhuisde vanaf 1976 geleidelijk aan van Oostende naar Zeebrugge en de kazerne werd meer en meer verlaten. De kazerne huisvest vandaag enkel nog de gereputeerde internationale mijnenbestrijdingsschool Eguermin en enkele kleine diensten. 

>>> Klik hier om verder te lezen.