Station "Oostende-Kaai", voorgevel, volumes van de twee torens en de middenhal

adres: Natiënkaai

Het treinstation, ook kaaistation of zeestation genoemd, is gebouwd in belle-époquestijl en vangt zowel trein- als bootreizigers op.  De spoorwegarchitecten Otten en Seulen overspanden het hoofdgebouw (de centrale stationshal) met een metaalstructuur die zichtbaar is in de voorgevel.  Twee zware, vooruitspringende, vierkante torengebouwen bepalen het karakteristieke uitzicht van het station.  De A-monogrammen in de gevel verwijzen naar de regeerperiode van koning Albert I. In het station is er ook een hotel (Hotel Terminus Maritime staat nu leeg) en een koninklijk salon (nu het kantoor van de stationschef). 

Bron: Jean-Marie THEUNINCK & Claudia VERMAUT. Oostende, stad in zicht. Beelden en verhalen uit een stad aan zee. Oostende (Stadsbestuur), 2001.

Beschermd monument: B.V.E. 28 juli 1983


Uit de inventaris van het bouwkundig erfgoed


* Natiënkaai nr. 1-5. Station, gebouwd als tweede zeestation "Oostende-Kaai" in 1907-1913 naar ontwerp van Otten en Seulen (Gent), "architectes de Chemins de fer de l'Etat" en uitgevoerd door aannemer Gebr. Wittebort (Sint-Gillis, Brussel). Het zeestation is ontworpen als kopstation, de voorgevel naar de stad gericht, met de toegang ingeplant in de as van de brug over de zeesluis van de handelsdokken. Het station wordt opgetrokken in het verlengde van de sporen, de centrale ingang van het gebouw is haaks op de sporen ingeplant en kijkt uit op een in 1998 heraangelegd stationsplein, met natuurstenen betegeling waarin fonteintjes ingewerkt zijn, en centraal een bronzen groepsbeeld "Vissersvrouwen" van 1998 naar ontwerp van A. Michiels.

Beschermd als monument bij B.V.E. 28/07/1983.

Historiek.

1838:  eerste voorlopige, houten spoorwegstation in Stene als eindpunt van het traject Brussel-Mechelen-Oostende. 1840-1844: bouw van neoclassicistisch station "intra-muros" op de zuidwal van het tweede handelsdok naar ontwerp van architect A. Payen (Brussel). 1866: in het kader van de verbetering en uitbreiding van de haveninstallaties, bouw van een zeestation ten behoeve van de pakketbotendienst, die vanuit het bestaande station moeilijk bereikbaar is voor reizigers; doortrekking van de spoorlijn vanuit het spoorwegstation tot op de nieuwe pakketbotenkaai. 1871: in gebruikname van verbindingsspoor en zeestation. 1880: vergroten van het spoorwegstation aan het tweede handelsdok (aan het huidige Ernest Feysplein) in neogotische stijl naar ontwerp van F. Laureys (Oostende) : stationsemplacement wordt uitgebreid in oostelijke en zuidelijke richting; het oude stationnetje wordt ingekapseld. 1888-1889: uitvoering van uitbreidings- en verbeteringswerken van de haven met als belangrijke verandering de toegang tot het zeestation vanuit het zuiden. De afleidingsvaart hergetraceerd, waardoor een groter terrein tussen de havengeul en de afleidingsvaart ontstaat. Eerste fase: aanleg van zes sporen zonder verhoogde of verharde perrons. Eind 1903: voorlopig houten stationsgebouw aan de westzijde van het stationsemplacement. 1905-1906: bouw van de spooroverkapping: een stalen constructie met drie bogen die ieder twee sporen overspannen, metalen gebinten met beglazing. 1907: sloop van het oud zeestation om plaats te maken voor het nieuwe naar ontwerp van spoorwegarchitecten Otten en Seulen (Gent), in het verlengde van de aangelegde sporen. Het station "Oostende-Kaai" bevat alle stationsdiensten in het hoofdgebouw met centrale inkomhal onder ijzeren gebinte met beglazing en in de flankerende "torens", het "Hotel Terminus Maritime" in het noorden met aansluitende lagere vleugel, en op de hoek daarvan een postsorteercentrum in een torenvormige aanbouw. De diensten van het Zeewezen in een aansluitend gebouw ten noorden van het stationscomplex. Aan de zijde van de havengeul, de kade voor de pakketboten: in- en ontschepingshal, bestaande uit een beglaasde metalen constructie van het type "drie scharnierbogen". De metaalconstructie wordt ontworpen door "S.A. des Ateliers de Construction d"Enghien-Saint-Eloi". De inkomhal en in- en ontschepingsruimte worden door een identieke beglaasde constructie verbonden met de overkapte perrons. Daarin bevindt zich tevens de uitgang van het station. 1 augustus 1913: plechtige opening van het volledige complex.

Eerste Wereldoorlog: zware beschadiging van het zeestation, o.m. de spooroverkapping, de inschepings- en uitgangshal, de beglazing van de centrale hal, gedeelten van de torens en een sectie van de bureaus van het Zeewezen. De spooroverkapping wordt niet heropgebouwd, de resten van de metalen gebinten worden gesloopt en ca. 1920 vervangen door luifels. De uitgangshal wordt, na de sloping van de gebinten van de voormalige overkoepeling, door een eenvoudig plat dak overdekt. Inschepingshal wordt in 1920 heropgebouwd.

1930-1932: aanvang van uitvoering van de definitieve plannen tot centralisatie van het treinverkeer en de spoordiensten in één station, Oostende-Kaai, die reeds dateren van 1919. Door het ontruimen van het station Oostende-Stad kan men het stationsemplacement en de sporen opbreken en in het tracé daarvan de autoweg "Oostende-Brussel" aanleggen, als onderdeel van de weg "Londen-Istanbul". 1936: uitbreiding van het stationsemplacement van Oostende-Kaai van zes tot elf stationssporen (met zeven perrons). Aanleg nieuw tracé voor de lijn naar Torhout, die tot dan toe vanuit Oostende-Stad vertrekt.

1939: twee nieuwe aanlegplaatsen voor mailboten en vernieuwing van de twee bestaande; oprichting van galerij met wandelterras tussen deze en het station. Modernisering van de loketten in de centrale ontvangsthal.

Tweede Wereldoorlog: centralisatiewerken Oostende-Kaai zijn nog niet beëindigd; enkel station Oostende-Stad in gebruik; zeestation zwaar beschadigd: vernieling van de vleugel met de kantoren van het Zeewezen, en van een gedeelte van de inschepingshal. 1946: Oostende-Kaai wordt vrijgegeven voor burgerlijk verkeer en afwerking van het nieuw tracé van de lijn naar Torhout. Alle reizigersdiensten vanaf dan verzekerd vanuit Oostende-Kaai. 1956: afbraak van tweede spoorwegstation "Oostende-Stad". 1956-1958: vervanging van het in de Tweede Wereldoorlog vernielde Zeewezengebouw en inschepinghal; nieuwe gebouwen op dezelfde plaats naar ontwerp van de Gentse architecten V. Vaerwyck en J. Hebbelynck. Jaren 1960: stijging aantal afvaarten, waardoor hotel Terminus niet meer rendabel is. Ook restaurant Wagons-Lits stopt eind jaren 1970. 1971-1974: uitbreiding van het stationsplein, waarvoor de oude sluizen van de handelsdokken ter hoogte van de Vindictivelaan, een gedeelte van het eerste handelsdok en de "Slijkput" gedempt worden. 1982: oprichting van terminal voor jetfoildienst naar Engeland, waardoor vertrekhal wordt gewijzigd. 1995: nieuw postsorteercentrum in de Lijndraaiersstraat op Hazegras, waardoor het op deze site verlaten wordt. Eind jaren 1990: heraanleg van het stationsplein.

Beschrijving.

Eclectisch stationscomplex bestaande uit een centrale inkomhal geflankeerd door twee vierkante "torengebouwen" van drie bouwlagen onder tentvormig leien mansardedak; tussen het hoofdgebouw en de sporen, de uitgangshal van drie brede traveeën en één bouwlaag onder plat dak. Links aansluitend aan het station, voormalig "Hotel Terminus Maritime" van elf traveeën en twee bouwlagen onder leien mansardedak met vijf oeil-de-boeufs en twee dakvensters. Aansluitend op de hoek, voormalig postsorteercentrum in torengebouw van twee bouwlagen onder tentvormig mansardedak.

De centrale inkomhal heeft een vooruitstrevende vormgeving, eigen aan de stationsarchitectuur van die tijd: afgedekt door een metalen gebinte met beglazing, dat zich veruiterlijkt in de grote halfronde vensterpartij van de voorgevel; benedenhelft van de gevel volledig ingenomen door inkompartij van vijf deurtraveeën, van mekaar gescheiden door geblokte muurdammen. Gevel afgewerkt met geblokte hoekpilasters, bekroning versierd met scheepsboegen en schelpen; centraal bovenop de gevel een klok, ingewerkt in de natuurstenen afboording van de gevel. Oorspronkelijke indeling van de inkomhal van het station, de z.g. "Wandelzaal": loketten, reisgoedbewaarplaats, telegraafkantoor, wachtzaal eerste/tweede klas met buffet en wachtzaal derde klas. Toegang tot de perrons en de vertrekhal doorheen de wachtzalen. De ruimte is verschillende keren heringericht (o.m. huidig buffet), zodat van het oorspronkelijke interieur enkel het fijn uitgewerkte ijzerwerk van het gebinte en het begeleidend stucwerkplafond met balusters en cassetten overblijven.

Andere gedeelten van het gebouw, de torens, de uitgangshal, het voormalig "Hotel Terminus Maritime" en postsorteergebouw, opgetrokken in historiserende, neoclassicistisch getinte stijl, cf. ornamentiek, o.m. ronde en driehoekige frontons, festoenen, tandlijsten, spiegels, medaillons met initialen van Albert I. Gevels bekleed met parement van blauwe steen (Soignies), Euvillesteen en rood graniet. Ritmering van de gevels door kordonlijsten en opeengestapelde pilasters, op de eerste bouwlaag geblokt; gevels afgeboord door balustrades. Rechthoekige muuropeningen met neoclassicistische afwerking: omlijstingen, balustrades, frontonbekroningen; centrale deurtravee in torens benadrukt door driehoekig fronton op tweede bouwlaag en uitgewerkt dakvenster.

In de zuidtoren, op de benedenverdieping de voormalige "Koninklijke Wachtzaal", voor opvang en onthaal van hoogwaardigheidsbekleders. Tegenwoordig gebruikt als burelen voor de stationschef. Op de eerste verdieping, voormalige ordonnancewoning. Rijk uitgewerkt neoclassicistisch interieur van de Koninklijke Wachtzaal. De beglaasde vleugeldeur naar het salon met zware natuurstenen omlijsting, bestaande uit hoekpilasters en hoofdgestel met muizentandmotief; onder de kroonlijst gestucte cartouche met initiaal van Koning Albert I, tussen twee hoorns des overvloeds; bordestrap met voluutvormige lage leuningen; links en rechts koperen lichtarm. Aankleding van het salon met visgraatparket, stucplafonds, wandbespanning van zijdedamast van de jaren 1930 en fries met grisailleschilderingen van putti. Stucwerk met typische Lodewijk XVI-motieven, cf. eikebladfestoenen, strikken, eierlijsten en cassettes, met vergulde details. Wit marmeren schouw, haardmond wordt afgesloten door ijzeren haardplaat, haardwangen met gecanneleerde, naar onder toe verjongende zuilen met Corinthisch kapiteel, schouwboezem met spiegel in eierlijst. Initiaal van Albert I komt terug in benedendeurpanelen. 

"Hotel Terminus Maritime". De noordtoren van het station bevat de ingang tot het hotel met restaurant, dat uitgebaat werd door "Wagons-Lits". Ingebouwde open liftkoker die vanuit de hotellobby toegang geeft tot de achtentwintig hotelkamers op de eerste verdieping, uitgebouwd rond een centrale bouw met inkijk. Op de benedenverdieping van de aanpalende vleugel is er een grote verbruikszaal, een restaurant en drie luxe hotelkamers. Interieur met mozaïekvloer en stucbepleistering, inkomhall met gestucte pilasters, plafond met tandlijsten en klossen afgeboord; trap met neoclassicistische leuning van gietijzer. Op de etage, behouden sterk versierd stucplafond met zenithale verlichting.

AFDELING ROHM WEST-VLAANDEREN, Cel Monumenten en Landschappen, Archief nrs. DW000459 en W/00474. 
Dubois M., Stationsroman(tiek), in De Plate, 1978, p. 17-19.
Gevaert F., Anderhalve eeuw spoor en stations te Oostende, in De Plate, 1990, p. 174-221.
Gevaert F., Van kreekmonding tot verkeerscentrum, in De Plate, 1992, p. 5-12.
Gevaert F., Het Zeestation Oostende-Kaai, in Open Monumentendag Oostende, 1994, p. 7-20.