Huurwaarborg

OCMW-huurwaarborg

Het bedrag van de waarborg mag niet meer zijn dan het bedrag van drie maanden huur. Indien je de gevraagde borgsom niet ineens op tafel kan leggen, probeer je het best met de verhuurder een afbetalingsregeling uit te werken. Indien nodig kan je een beroep doen op het OCMW om de waarborg voor te schieten.

De waarborg moet bij een openbare kredietinstelling, bank of spaarkas op een geïndividualiseerde rekening geplaatst worden op naam van de huurder. De waarborgsom wordt erop gestort en tijdelijk vastgezet. De intresten op de geblokkeerde waarborgsom worden gekapitaliseerd.

Wanneer de verhuurder in het bezit is van de waarborg en die waarborg niet op een geblokkeerde rekening plaatst, is hij de huurder de gemiddelde marktrente op het betrokken bedrag verschuldigd vanaf de overhandiging ervan. De intresten worden gekapitaliseerd.
Wanneer de huurder de eigenaar per aangetekende brief aanmaant deze verplichting na te komen, zijn de wettelijke intresten (7%) op de waarborg verschuldigd, en dit vanaf de eerste dag.  De waarborg hoeft niet noodzakelijk een som geld te zijn. Het kunnen ook effecten (obligaties, kasbons) of een bankwaarborg zijn.


Lees hier meer info over de OCMW-huurwaarborg


Rechtenverkenning: huurwaarborg

Je kan ook terecht bij Rechtenverkenning voor een huurwaarborg. Vind hier meer informatie over de dienst Rechtenverkenning 


Vlaams Woningsfonds

Ook het Vlaams Woningfonds verstrekt huurwaarborgleningen opdat huurders hun waarborg zouden kunnen betalen bij het huren van een woning/appartement.

De huurwaarborgleningen zijn onderworpen aan het besluit van de Vlaamse Regering dd. 7 december 2018 tot instelling van een huurwaarborglening.

Belangrijk is op te merken dat elke persoon die de huurovereenkomst ondertekent of zal ondertekenen wordt beschouwd als aanvrager én aan de voorwaarden moet voldoen om in aanmerking te komen voor een huurwaarborglening.

Vind hier meer informatie over het Vlaams Woningfonds