Huurwaarborg

Hoofdthemas

Het bedrag van de waarborg mag niet meer zijn dan het bedrag van drie maanden huur. Indien je de gevraagde borgsom niet ineens op tafel kan leggen, probeer je het best met de verhuurder een afbetalingsregeling uit te werken. Indien nodig kan je een beroep doen op het OCMW om de waarborg voor te schieten.

De waarborg moet bij een openbare kredietinstelling, bank of spaarkas op een geïndividualiseerde rekening geplaatst worden op naam van de huurder. De waarborgsom wordt erop gestort en tijdelijk vastgezet. De intresten op de geblokkeerde waarborgsom worden gekapitaliseerd.

Wanneer de verhuurder in het bezit is van de waarborg en die waarborg niet op een geblokkeerde rekening plaatst, is hij de huurder de gemiddelde marktrente op het betrokken bedrag verschuldigd vanaf de overhandiging ervan. De intresten worden gekapitaliseerd.
Wanneer de huurder de eigenaar per aangetekende brief aanmaant deze verplichting na te komen, zijn de wettelijke intresten (7%) op de waarborg verschuldigd, en dit vanaf de eerste dag.  De waarborg hoeft niet noodzakelijk een som geld te zijn. Het kunnen ook effecten (obligaties, kasbons) of een bankwaarborg zijn.