Stedelijk Drugbeleid

Hoofdthemas

Coördinator Drugbeleid

Het Drugbeleid van de Stad Oostende streeft ernaar een antwoord te bieden op vragen van de bevolking en/of intermediairen met betrekking tot het thema ‘drugs’. Het betreft niet enkel illegale middelen als cannabis, xtc,  speed, cocaïne, enz. maar ook legale middelen als tabak, alcohol en medicatie.

Binnen de stad Oostende is de coördinator Drugbeleid Lotte Meersman het centraal aanspreekpunt voor alle middelengerelateerde vragen.

U kunt haar steeds bereiken via 059 25 86 06 of lotte.meersman@oostende.be

Af en toe verstuurt het Drugbeleid ook een nieuwsbrief of losse nieuwsflashes. Indien u interesse heeft om hierop in te tekenen kan dit steeds via www.oostende.be/nieuwsbrieven


Stuurgroep

Alle lokale partners van het Drugbeleid in Oostende –zowel politioneel, justitieel, hulpverlenend, preventief als schadebeperkend - komen een vijftal keer per jaar samen in een Stuurgroep Drugbeleid. De Stad wil via dit belangrijk adviesorgaan het lokaal drugbeleid bewaren, bewaken en verder uitbouwen.

Deze Stuurgroep vormt de weerspiegeling van het middelenspecifieke werkveld en de samenstelling ervan kan te allen tijde aangepast worden aan het werkveld. Om een integrale visie en aanpak te kunnen nastreven, is het een absolute meerwaarde dat alle relevante sectoren vertegenwoordigd zijn in de Stuurgroep en zo ook een stem hebben in de opmaak en uitwerking van het lokaal beleid. De voorzitter van de Stuurgroep is telkens de bevoegde schepen.


Beleidsplan drugbeleid

Voor de periode 2014-2019 stelde de stad Oostende, in samenwerking met de stuurgroep Drugbeleid en haar werkgroepen, het huidige drugbeleidsplan op. Dit beleidsplan bevat de algemene visie van het Drugbeleid en bundelt ze in zeven strategische doelstellingen. Het algemeen beoogde effect van het beleid is het verminderen van risico’s en problemen op vlak van gezondheid, welzijn, relaties, openbare orde en veiligheid, door het terugdringen van riskant middelengebruik. Het einddoel is het versterken van een positief leefklimaat.

Het beleidsplan vertrekt vanuit een aantal centrale uitgangspunten:

  • De stad Oostende beoogt de regierol van het Drugbeleid op te nemen volgen een integrale en geïntegreerde aanpak. Druggebruik is immers een complex fenomeen dat wordt beïnvloed door uiteenlopende factoren (afhankelijk van de gebruiker, het middel en het milieu waarin de gebruiker zich bevindt).
  • Het Drugbeleid wil riskant middelengebruik terugdringen, waarbij –afhankelijk van het middel, de gebruiker en de omstandigheden- dit maatregelen kan inhouden op zowel preventief, hulpverlenend als repressief vlak.
  • De stad Oostende oriënteert zich zowel op legale als illegale middelen.
  • Het beleid wordt uitgewerkt met aandacht voor maatschappelijk kwetsbare groepen.
  • Met het Drugbeleid wordt een langetermijneffect beoogd en worden structuren gecreëerd waarbinnen een duurzaam beleid kan groeien.
  • De stad Oostende werkt het drugbeleid uit in overleg en participatieve samenwerking met intermediairen uit diverse sectoren, aangezien zij het dichtst bij de doelgroep staan en zo te allen tijde kunnen insprelen op (nieuwe) situaties.
  • De stad Oostende baseert zich op bovenlokale richtlijnen om zo binnen het wettelijk en bestuurlijk kader te blijven.

Actieplan drugbeleid

Om een antwoord te bieden op de vragen en bezorgdheden van de Oostendse bevolking met betrekking tot de middelenthematiek, concretiseert de Stad de strategische doelstellingen uit het Drugbeleidsplan driejaarlijks in een actieplan. Daarin worden operationele doelstellingen en concrete acties opgenomen, rekening houdend met de resultaten van de Monitor drugbeleid dat, naast objectieve cijfers van (inter)nationale onderzoeken, ook subjectieve ervaringen van Oostendse praktijkwerkers weergeeft. Het huidige Actieplan 2017-2019 bevat 77 acties. Een groot deel van deze acties is een continuering van of een vervolg op de acties binnen het Actieplan 2014-2016. Wel werden een aantal nieuwe accenten gelegd naar aanleiding van de signalen en noden die uit de resultaten van de Monitor kwamen en door de lokale partners van het Drugbeleid werden geuit.