Verslikken

Verslikken brengt vaak het risico op verstikken met zich mee, bijv. door een stukje brood dat in de keel blijft steken.

Verslikking bij baby’s (tot 1 jaar) is meteen ernstig.

In de meeste gevallen treedt verslikking op tijdens het eten of door het inslikken van kleine voorwerpen.

Bij een ernstige verslikking
• Geef 5 rugslagen met de hiel van je hand. Kijk na elke slag of het probleem is opgelost.
• Als slaan op de rug niet helpt, geef dan 5 borststoten.
• Als het probleem hiermee nog niet opgelost is, geef dan afwisselend vijf rugslagen en vijf borststoten.
• Als de baby het bewustzijn verliest, leg hem dan voorzichtig neer op de rug. Laat onmiddellijk de hulpdiensten alarmeren. Start daarna de reanimatie.

Borststoten kunnen ernstige inwendige schade veroorzaken. Een baby die borststoten kreeg, moet door een arts onderzocht worden.
Een baby die blijft hoesten of last heeft met slikken, verwijs je eveneens door naar een arts.

Rugslagen

  1. Leg de baby met de buik op je onderarm. Het hoofdje moet zich lager bevinden dan de romp.
  2. Ondersteun de onderkaak van de baby met je hand.
  3. Sla 5 keer met de hiel van de hand tussen de schouderbladen. Elke slag moet bedoeld zijn om het voorwerp te verwijderen.
  4. Controleer na elke slag of de luchtweg vrijgemaakt is. Als het voorwerp verwijderd is, is het niet nodig om de overige slagen te geven.

Borststoten

  1. Leg de baby met de rug op je onderarm. Het hoofdje moet zich lager bevinden dan de romp.
  2. Ondersteun het hoofdje van de baby met je hand.
  3. Plaats twee vingers van je vrije hand in het midden van de borstkas van de baby. Hef je andere vingers omhoog.
  4. Geef 5 borststoten. Hiervoor gebruik je dezelfde techniek als voor de hartmassage. Druk met je vingertoppen het borstbeen in tot ongeveer een derde van de borstdiepte. Laat de borstkas weer volledig naar boven komen. De borststoten mogen wel scherper en aan een trager ritme toegediend worden.

Als je op een stoel gaat zitten, kan je je onderarm met de baby laten rusten op je dijbeen. Dit zorgt voor extra steun.

Meer weten? Lees hier verder https://www.kindengezin.be/veiligheid/ehbo/verslikken/

Verslikking bij een kind (ouder dan 1 jaar) of volwassene

Er bestaat een onderscheid tussen een lichte en een ernstige verslikking. De eerstehulpverlening verschilt naargelang het type.

Een lichte verslikking is doorgaans onschuldig, het slachtoffer heeft tijdelijk moeite met ademen.

Bij een ernstige verslikking is er een totale afsluiting van de ademhalingswegen door een voorwerp (bijv. een stukje eten). Men spreekt ook van een ademhalingsobstructie. Het slachtoffer kan helemaal niet meer ademen. Dit is een levensbedreigende situatie.

De meeste verslikkingen gebeuren tijdens het eten. Kinderen kunnen ook muntstukken of kleine speeltjes inslikken.

De eerste hulp voor verslikking bij een volwassene of kind (ouder dan 1 jaar) begint met de vraag: “Heb je je verslikt?”.

Als het slachtoffer nog kan antwoorden op deze vraag of hij kan nog ademen of hoesten, dan heeft hij een lichte verslikking.
• Het volstaat dan om het slachtoffer aan te moedigen om te blijven hoesten. Voor de rest hoef je niets te doen.
• Je blijft bij het slachtoffer tot hij terug normaal ademt.

Kan het slachtoffer niet meer antwoorden, hoesten of ademen, dan heeft hij een ernstige verslikking. Soms hoor je nog een piepende ademhaling of doet het slachtoffer tevergeefse pogingen om te hoesten.
• Bij een ernstige verslikking geeft je eerst 5 rugslagen met de hiel van je hand.
• Als slaan op de rug niet helpt, geef dan 5 buikstoten (ook Heimlich> genoemd).
• Is het probleem hiermee nog niet opgelost, geef dan afwisselend 5 rugslagen en 5 buikstoten.
• Evalueer na elke slag of de hinder verdwenen is.
• Als het slachtoffer het bewustzijn verliest, leg hem dan voorzichtig op de grond. Laat onmiddellijk de hulpdiensten alarmeren. Start met de reanimatie.

Rugslagen

  1. Ga naast en een beetje achter het slachtoffer staan.
  2. Ondersteun met een hand de borstkas en buig het slachtoffer goed naar voren. Zo zal het voorwerp als het losschiet naar buiten komen en niet dieper in de luchtweg terechtkomen.
  3. Geef maximaal 5 stevige slagen tussen de schouderbladen van het slachtoffer. Doe dit met de hiel van je vrije hand. Elke slag moet bedoeld zijn om het voorwerp te verwijderen.
  4. Controleer na elke slag of de luchtweg vrijgemaakt is. Als het voorwerp verwijderd is, is het niet nodig om de overige slagen te geven.

Buikstoten

  1. Ga achter het slachtoffer staan en breng je beide armen rond de bovenstreek van de buik.
  2. Buig het slachtoffer naar voren.
  3. Maak een vuist en plaats die tussen de navel en de onderste punt van het borstbeen.
  4. Neem de vuist met je andere hand vast. Trek je vuist krachtig naar jezelf en naar boven toe. Doe dit in een vloeiende beweging en maximaal 5 keer.

Buikstoten kunnen ernstige inwendige beschadigingen veroorzaken. Verwijs een slachtoffer dat buikstoten heeft gekregen altijd door naar een arts voor verder onderzoek.
Een slachtoffer dat blijft hoesten, last heeft met slikken of het gevoel heeft dat er iets in zijn keel zit, verwijs je eveneens door naar een arts.

Borststoten

  1. Ga achter het slachtoffer staan.
    • Plaats jezelf stevig tegen het slachtoffer (staand slachtoffer).
    • Plaats jezelf stevig tegen de stoel (zittend slachtoffer).
  2. Breng je armen onder de oksels van het slachtoffer.
  3. Vorm met je ene hand een vuist op de onderste helft van het borstbeen, boven het zwaardvormig aanhangsel en de onderste ribben.
  4. Grijp de vuist met je andere hand vast.
  5. Moedig het slachtoffer aan om te hoesten en trek je vuist krachtig naar je toe.
  6. Richt je kracht recht naar achter, in de richting van de ruggengraat.

  Lees alles na op https://www.gezondheid.be/index.cfm?fuseaction=art&art_id=6092

Gepubliceerd op vrijdag 17 januari 2020 13.43 u.